Hard Rain

Ochtend:
Iedere week zou Hard Rain gedraaid moeten worden, minstens één keer, maar de realiteit leert dat de meeste weken voorbij gaan zonder de realisatie van alle goede voornemens. Er gaan nogal wat weken voorbij waarin Hard Rain niet gedraaid wordt, maar deze week gaat mij dat niet gebeuren. Deze week is het veertig jaar geleden dat Hard Rain verscheen, alleen daarom al moet het deze week lukken om naar Hard Rain te luisteren.
Het is vrijdag. De week is nog niet voorbij, al schiet het al wel op.
Het is vrijdag, ik kan Hard Rain nog draaien voor de week voorbij is.

Middag: 
Hard Rain draait. Wat een heerlijk ranzige plaat is dit toch. De muziek spettert, spattert en spuugt. De eerste gitaarnoten van "Maggie's Farm" en dan de explosie.
Sssst.... Luister....
Hoor je?
Mooi, hè?

Hard Rain was het eerst Dylan-album dat ik van voor naar achter hoorde. Is Hard Rain een goed begin voor het oplopen van een Dylan-verslaving? Ik betwijfel het.
Moet je je voorstellen: ik kocht dit album, wist niks van Bob Dylan. Ik kende het nummer "A Hard Rain's A-Gonna Fall" niet. Ook had ik de concertfilm Hard Rain niet gezien. Uren heb ik op mijn puberkamer zitten peinzen over de titel van dit album: Hard Rain. Hoe vaak heb ik Hard Rain gehoord voor ik wist waar de titel van dit album op slaat?
Vaak en altijd met de albumhoes in mijn handen.
De priemende ogen van de voorzijde van de hoes. Met deze foto wint Dylan iedere staarwedstrijd.

Er zijn zeker weken dat ik Hard Rain niet kan draaien. De muziek op Hard Rain is niet zozeer mooi, maar aangrijpend. Misschien zelfs herkenbaar, zo hier en daar. Invoelbaar zeker, maar nergens mooi. De muziek op Hard Rain is de schreeuw van een getergde man. Het is pijn, venijn, spijt.
Het is het geluid van de man op de bodem van de put die zijn middelvinger opsteekt naar zij die op hem neerkijken. Zoiets.
En toch zit er een zekere zachtheid tussen de noten op Hard Rain.

De week is nog lang niet voorbij. Na vandaag telt deze week nog twee dagen.
Twee dagen om Hard Rain te herhalen.
En te herhalen.


15 jaar "Love and Theft"

Gisteren schoof ik "Love And Theft" in de cd-speler in de auto, maar voor het eerst in vijftien jaar luisteren raakte het album me niet echt. Dat was mij eigen schuld. Het in de auto draaien van "Love And Theft" was een te geforceerde poging om de dagen in aanloop naar de release van dit album opnieuw te beleven.
September 2001. Iedere dag rijdt ik naar mijn werk terwijl Radio 2 uit de boxen komt. Bob Dylans binnen enkele dagen te verschijnen album "Love And Theft" is album-van-de-week (of zo iets) op Radio 2 en dus wordt er ieder uur een nummer van "Love And Theft" op de radio gedraaid.
Nog voor ik "Love And Theft" gekocht heb, heb ik de helft van de nummers van dit album al gehoord, waaronder "Moonlight".
Ik herinner mij het voor het eerst horen van "Moonlight" en de verbazing: is dit Bob Dylan?
Niet dat ik het niet waardeerde, het was meer... Tsja, wat was het eigenlijk?
Wat was vooral in traditie gedrenkt en toch geheel buiten het verwachtingspatroon zoals eigenlijk alles op "Love And Theft".

Het jaar 2001: in mei werd Bob Dylan zestig en in september verscheen "Love And Theft". In 2001 leek zestig zo oud voor een muzikant. Nu, vijftien jaar later, vind ik dat wel meevallen. Nu, vijftien jaar later, realiseer ik me dat Bob Dylan in 2001 een van de beste albums van zijn carrière uitbracht: "Love And Theft".

September 2001: iedere Dylan-liefhebber rende naar de kiosk om het VARA TV Magazine met het Dylan-interview ter promotie van "Love And Theft" te kopen (de prijs staat nog in zowel guldens als euro's op de kaft gedrukt):
vraag: "U keert terug naar de muziek van de jaren 40 en 50, western swing en rockabilly. Klopt het dat die invloeden nog niet eerder in uw muziek voorkwamen?"
antwoord: "Het is jullie misschien opgevallen dat de meeste van mijn songs geënt zijn op traditionele roots. Het is niet zo dat ik mezelf verplicht om bij alles wat ik doe naar het muziekverleden terug te grijpen. Vooral de bluesmuziek van Charley Patton van omstreeks 1930 heeft een diepe indruk op mij gemaakt, en het nummer 'High Water (for Charley Patton)' vind ik de meest geslaagde opname van dit album."

Ik denk er net zo over, mister D. "High Water" is het hoogtepunt op "Love And Theft". Een aantal jaar geleden schreef ik al eens uitvoerig over dit nummer. Het is onderaan dit stuk te lezen.

"Love And Theft" - liefde en diefstal - een betere titel is er voor dit album niet te verzinnen. De nummers op dit album zitten vol liefde en diefstal. Zo is de muziek van "Tweedle Dee & Tweedle Dum" -de Alice In Wonderland-tweeling - er niet geweest zonder "Uncle John's Bongos" van Johnny & Jack (luister hier) en komen we in de teksten op "Love and Theft" citaten van of verwijzingen naar werken van onder andere Shakespeare en Nick Cave tegen.
Ik heb dat nooit erg gevonden. Ik weet dat er nogal wat criticasters zijn die daar anders over denken, die niet lang na release van "Love and Theft" begonnen zijn met 'plagiaat' roepen en sinds dien niet meer opgehouden zijn.
plagiaat: 'Plagiaat of letterdieverij is "het overnemen van stukken, gedachten, [of] redeneringen van anderen en deze laten doorgaan voor eigen werk"'(Wikipedia)
Wat Bob Dylan op "Love and Theft" doet is geen plagiaat maar inspiratie voor eigen werk vinden in het werk van anderen naast het doelbewust verwijzen naar werken van anderen in het eigen werk.

Zonder Bob Dylan had ik nooit Confessions of a Yakuza van Junichi Saga gelezen, jij wel?

Goed, het is bijna genoeg voor nu. De boodschap is duidelijk: ik luister dit weekend naar "Love and Theft" omdat het vijftien jaar geleden is dat dit album verscheen. Ik raad eenieder aan hetzelfde te doen.
Maar voor ik een punt achter dit kleine eerbetoon aan "Love And Theft" zet, moet ik nog een ding kwijt. Wie mij kent weet dat ik mij - al dan niet terecht - nogal eens loop op te fokken over wat journalisten over Bob Dylan en zijn werk schrijven. Geen journalist maakte het ooit zo bont als Stan Rijven in zijn recensie van "Love and Theft" in Trouw van 13 september 2001. Rijven begint zijn recensie als volgt: "Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: het enige memorabele aan Bob Dylans nieuwste album is de release-datum. Uitgerekend op de dag dat Amerika in brand staat verschijnt 'Love and Theft'."
Vijftien jaar na dato kan ik me nog kwaad maken over Rijvens onzinnige verbinding tussen Bob Dylans album "Love and Theft" en de aanslagen op het World Trade Centre. Er is geen verbinding.

Dit weekend luister ik naar "Love and Theft". Niet eens, maar steeds weer.
Omdat het album vijftien jaar geleden werd uitgebracht.
Omdat "Love and Theft" vijftien jaar na release nog steeds een van mijn favoriete Dylan-albums is.



*****

High water (for Charley Patton)

I - "Love And Theft"

In september 2001 verscheen het album "Love And Theft", met daarop "High Water (for Charley Patton)", en sinds die release gaat de beoordeling van dit album vaak mank op drie punten:
1. "Love And Theft" verscheen in Amerika  op 11 september 2001, de dag waarop twee vliegtuigen het World Trade Centre invlogen. In een aantal recensies van "Love And Theft" werd een parallel getrokken tussen de aanslagen in New York en de release van "Love And Theft";
2. "Love And Theft" wordt vaak vergeleken met voorganger Time Out Of Mind. Platenmaatschappij Sony had het zelfs bij de release van Modern Times in 2006 over de trilogie Time Out Of Mind, "Love And Theft" en Modern Times;
3. "Love And Theft" zou uit haar voegen barsten van de plagiaat, zowel in de teksten als in de muziek.
Het is jammer dat deze drie punten hun stempel drukken op de beoordeling van "Love And Theft", ze verstoppen eerder de oren van de luisteraar dan dat ze nieuwe inzichten in "Love And Theft" bieden.
Dat de release van "Love And Theft" in Amerika gelijk viel met de aanslagen in New York is natuurlijk puur toeval en zegt niks over het album.
"Love And Theft" is zowel muzikaal als tekstueel bijzonder ver verwijderd van Time Out Of Mind. Waar de nummers op Time Out Of Mind gebukt gaan onder de productie van Daniel Lanois en de teksten bespiegelend zijn, zijn de nummers op "Love And Theft" veel 'opener', frisser van geluid en de teksten vol grappen, grollen, levenslust en one-liners.
"Love And Theft" zit inderdaad barstensvol muzikale en tekstuele citaten, maar met al die citaten is een geheel nieuwe wereld gebouwd, een Dylaneque album vol liefde en diefstal - zoals de titel al aangeeft - een titel door Dylan geleend van de auteur Eric Lott en diens boek Love and theft: blackface minstrelsy and the American working class. Het is niet voor niks dat Dylans albumtitel tussen aanhalingstekens staat.

II

De eerste keer dat ik "High Water (for Charley Patton)" hoorde, werd ik overvallen door de op de banjo drijvende krachtige melodie en de tekstuele stortvloed van bekende namen als Big Joe Turner en Charles Darwin, en de regels verwijzend naar oude songs als "The Cuckoo is a pretty bird" en "I believe I'll dust my broom". Ik heb "High Water (for Charley Patton)" gelijk nog zeker vijf keer gedraaid voor ik de rest van "Love And Theft" beluisterd heb. "High Water (for Charley Patton)" zit sinds die dag in september 2001 in mijn achterhoofd opgesloten. Met de jaren heb ik voor mijzelf wel steeds duidelijker gekregen waarom deze song zo'n enorme indruk op mij heeft gemaakt, en blijft maken, maar helemaal de vinger heb ik er nooit achter gekregen. "High Water (for Charley Patton)" is zo'n song waar ik een leven lang naar kan luisteren zonder dat de fascinatie ooit verzadigd raakt.
Wat hierna volgt is dan ook vooral een zoektocht naar de oorsprong van die fascinatie, waarbij ik allereerst de in "High Water (for Charley Patton)" gebruikte namen en citaten langs ga.

III - wie is wie?

De eerste naam in "High Water (for Charley Patton)" is (uiteraard) Charley Patton, de muzikant aan wie het nummer is opgedragen. Charley (of Charlie ) Patton (1891 - 1934) wordt door velen beschouwd als de vader van de delta blues. Er bestaat van Charley Patton slechts één foto en het is niet eens zeker dat de man op deze foto daadwerkelijk Patton is. Patton nam tussen 1929 en 1934 iets meer dan vijftig nummers op.
In interviews heeft Dylan regelmatig naar Patton verwezen, wanneer hem gevraagd werd naar welke muziek hij luisterde en / of welke muziek hem heeft beïnvloed. In een interview met John Pareles in september 1997 zegt Dylan dat hij een rif van Charley Patton heeft gebruikt voor zijn "Highlands" van het album Time Out Of Mind. Op ditzelfde album staat het nummer "Dirt Road Blues", in 1929 nam Charley Patton het nummer "Down The Dirt Road Blues" op. In datzelfde jaar nam Patton "High Water Everywhere part 1" en "part 2" op.
"High Water Everywhere part 1" bevat de regels

Boy, I'm goin' to Vicksburg
Well, I'm goin' to Vicksburg,
for that high of mine

de plaats Vicksburg uit deze regels vindt een 'spiegel' in Dylans "High Water (for Charley Patton)" in de regels:

Water pourin' into Vicksburg, don't know what I'm going to do
"Don't reach out for me," she said
"Can't you see I'm drownin' too?"

Tijdens de persconferentie in Rome, in juli 2001, zei Dylan nog over Charley Patton en zijn eigen song "High Water (for Charley Patton)": "Maybe you noticed that most of my songs are traditionally rooted. I don't do that on purpose. Charley Patton's 30's blues has made a deep impression on me and 'High Water (for Charley Patton)' is, in my opinion, the best song on this ['Love And Theft'] record."

De tweede naam die opduikt in "High Water (for Charley Patton)" is Big Joe Turner (1911 - 1985), een muzikant bekend van o.a. "Shake, Rattle and Roll", een man die mede aan de wieg van de rock 'n roll heeft gestaan.
Big Joe Turner werd eind jaren dertig ontdekt door John Hammond, dezelfde Hammond die Dylan zijn eerste platencontract gaf, en nodigde Turner uit voor één van de befaamde From spiritual to swing concerts in Carnegie Hall, New York. Met name in de jaren vijftig scoorde Turner een groot aantal hits, o.a. met "Honey Hush", "Flip Flop and Fly", "Corrine Corrina" en het eerder genoemde "Shake, Rattle and Roll".
"Corrina Corrina" is natuurlijk bekend van de uitvoeringen door Dylan zelf. "Flip Flop and Fly" is het meest bekend van Elvis Presley, hij vertolkte het tijdens zijn eerste “nationwide” TV optreden in de VS in 1956.

In Dylan's "High Water (for Charley Patton)" wordt in de regels

Big Joe Turner lookin' East and West
From the dark room of his mind
He made it to Kansas City
Twelfth Street and Vine

ook nog verwezen naar de geboortestad, Kansas city, van Big Joe Turner. Daarnaast is "Kansas City" - ook bekend onder de titel "KC Lovin'" - een door Jerry Leiber en Mike Stoller geschreven song die o.a. werd opgenomen door Fats Domino, The Beatles, Dion en Wilbert Harrison. Dit nummer bevat de regels

I'll be standing on the corner
On the corner of Twelfth Street and Vine
I'm gonna be standing on the corner
On the corner of Twelfth Street and Vine
With my Kansas City baby
And a bottle of Kansas City wine.

En het is gelijk duidelijk waar Dylans "Twelfth Street and Vine" vandaan komt.
De volgende naam die opduikt is Bertha Mason, een naam waar ik nog nooit van gehoord had. Zoeken in wikipedia levert niks op, maar na nog wat verder zoeken beland ik op de website www.berthamason.com. Bertha Mason lijkt, starend naar de genoemde website, nog het meest op een humoristisch bedoelde kruising tussen een dame van een brievenrubriek in een damesblad en de maakster van een gezellig kookprogramma op tv. Deze Bertha Mason heeft zelfs een radioprogramma: Wouldn't ya know it, Bertha loves to talk on the radio. From WCDO, the heartbeat of the tri-county area, Bertha shares recipes, gives advice, and homespun stories from the heart of the heartland. 
Of Dylan deze Bertha Mason voor ogen had toen hij "High Water (for Charley Patton)" voor schreef, weet ik niet. Ik kan zelfs op de website niet achterhalen of deze Bertha Mason al naam en faam maakte toen Dylan "High Water (for Charley Patton)" schreef.
Voor hetzelfde geld is het toeval, of is het precies andersom, heeft deze Bertha Mason haar naam in "High Water (for Charley Patton)" gevonden.
De volgende naam - George Lewis - geeft na een zoekopdracht juist weer vele mogelijkheden. Is het de Amerikaanse journalist George Lewis (1943), de jazz-klarinettist George Lewis (1900 - 1968), de trombonist, de acteur, de Engelse politicus? Allemaal heten ze George Lewis. Er is geen één antwoord.
De volgende naam, Charles Darwin, is makkelijker. Darwin (1809 - 1882) werd bekend als natuuronderzoeker, als auteur van o.a. On the origin of species en dankzij zijn evolutietheorie.
De volgende naam Fat Nancy is niet de bijnaam van een dikke dame, maar van een brug, ergens in Virginia. Op 12 juli 1888 bezweek Fat Nancy en zorgde voor een van de grootste treinrampen in Virginia. Op de plek waar ooit Fat Nancy lag staat nu een herdenkingsbord met onder de titel Wreck at the Fat Nancy o.a. de tekst: Here, on 12 July 1888, occurred one of Virginia's largest train disasters, the wreck of the Virginia Midland Railroad's Train 52, the Pledmont Airline. As it crossed the 44-foot-high, 487-foot-long trestle, called the Fat Nancy for a local African American woman who served as a trestle watcher and reported problems, the trestle collapsed. Nine passengers were killed.
Of is dit weer puur toeval? In "High Water (for Charley Patton)" zingt Dylan immers:

I asked Fat Nancy for something to eat, she said, "Take it off the shelf -
As great as you are a man,
You'll never be greater than yourself."

en dus is Fat Nancy in Dylans "High Water (for Charley Patton)" wel degelijk een vrouw en geen brug.
En toch, hoe absurd dit ook klinkt, ontkom ik niet aan de indruk dat Dylan gehoord moet hebben van Wreck at the Fat Nancy, het past ook perfect in "High Water (for Charley Patton)", zowel de muziek als de tekst doet mij regelmatig denken aan het Amerika van de 19de eeuw, de song zit vol rampspoed - denk aan het stijgende water - Wreck at the Fat Nancy, een brug - bij uitstek het middel om twee oevers te verbinden, om water te overbruggen - die het begeeft. Het is mijn verwrongen geest, ik hoor dingen die er niet zijn.
Maar dat is nou juist de kracht van "High Water (for Charley Patton)", het is een opeenstapeling van bekende namen, zinnen en kreten, van one-liners en scherpe woorden, ogenschijnlijk onsamenhangend, maar die te samen beelden oproepen bij de luisteraar.
Ik loop vooruit, terug.

IV - citaten en verwijzingen

"High Water (for Charley Patton)" bevat niet alleen een handvol bekende en minder bekende namen, maar ook een aantal verwijzingen naar oude songs, met name folk en blues. Eerder noemde ik al "High Water Everywhere part 1" en "part 2" van Charley Patton en "Kansas City". De eerst volgende, I'm no pig without a wig, komt uit een oud kinderversje:

AS I went to Bonner,
        I met a pig
        Without a wig,
Upon my word and honour

De regel like balloons made out of lead verwijst naar de uitdrukking to go down like a lead balloon, wat zoveel betekent als slecht ontvangen worden door een publiek.
The Cuckoo is a pretty bird, she warbles as she flies komt rechtstreeks uit de folksong "The Cuckoo", ook bekend als "The Coo Coo Bird". Begin jaren zestig stond dit nummer ook op het repertoire van Dylan en een uitvoering door Dylan is te vinden op de cd Live at the Gaslight 1962 .
De regel

I'm getting' up in the morning - I believe I'll dust my broom

verwijst uiteraard naar de eerste twee regels van de van Elmore James en Robert Johnson bekende klassieker "Dust My Broom":

I'm gonna get up in the mornin',
I believe I'll dust my broom

De regel

Thunder rolling over Clarksdale, everything is looking blue

tot slot, verwijst naar Clarksdale, Mississippi. Niet alleen de geboorteplaats van o.a. Sam Cooke, Muddy Waters en John Lee Hooker, maar ook de plaats waar, aldus de legende, Robert Johnson zijn ziel aan de duivel verkocht. In Clarksdale staat het Delta blues museum. Clarksdale wordt gezien als de geboorteplaats van de blues.
Tot zover de (bekende) namen, verwijzingen en citaten. Het zou me niet verbazen als ik er nog een of twee over het hoofd heb gezien. Maar dan, de namen, verwijzingen en citaten hebben alleen een functie wanneer ze door de luisteraar opgepikt worden.

V - de tekst

De tekst van "High Water (for Charley Patton)" klinkt als de waarschuwing van een onheilsprofeet. De dreiging komt van het water, het stijgende water. Kijk maar naar de titel. Maar de dreiging komt niet alleen van het water, het stijgende water klinkt in mijn oren meer als een metafoor, een metafoor voor onheil, doem.
Dit stijgende water, deze naderende onheil, zal niet alleen alles blank zetten, maar voor armoede zorgen.
Alles van waarde is weerloos, om met Lucebert te spreken:

High water risin' - risin' night and day
All the gold and silver are being stolen away

Er is geen ontsnappen aan, niet richting oost, niet richting west, zo lijkt Dylan met de daarop volgende regel te willen zeggen:

Big Joe Turner lookin' East and West

maar deze regel wordt direct gevolgd door

From the dark room of his mind

waardoor fantastische regels ontstaan:

… lookin' East and West
From the dark room of his mind

kijken richting oost en west in de donkere kamers van de geest. Er is geen weg uit, het onheil nadert.
In de regels die volgen wordt de link gelegd met de geboortestad van Big Joe Turner en de song "Kansas City", waarna het eerste couplet sluit met nogmaals de bevestiging wat de luisteraar - ik - al vermoedde, er is geen uitweg:

High water everywhere

Ook het tweede couplet begint weer met de onheilsboodschap:

High water risin', the shacks are slidin' down
Folks lose their possessions - folks are leaving town

Let wel the shacks, de hutten, glijden en niet de huizen. Folks en niet people verliezen hun bezittingen, verlaten hun stad. Door dit soort woordkeuze, door het noemen van Big Joe Turner in het eerste couplet, krijg ik gelijk een tijdsbeeld voor ogen bij het luisteren naar "High Water (for Charley Patton)" en dit tijdsbeeld heeft niks met vandaag of gisteren te maken, maar veel eerder met de laatste decennia van de negentiende eeuw.
Vervolgens voert Dylan de eerder genoemde Bertha Mason op en deze Berha Mason gooit er een one-liner uit waar je u tegen zegt:

… "You're dancin' with whom they tell you to
Or you don't dance at all."

Er is geen keuze. Gij zult luisteren.
Wat wordt gevolgd door:

It's tough out there
High water everywhere

Zo op papier lijken deze twee regels een bekrachtiging van Masons woorden, maar zoals Dylan het zingt klinkt het eerder als ironie, als relativering.
In het derde couplet komt de vrouwenverleider aan het woord, de vrouwenverleider uit ergens in de jaren veertig, vijftig van de twintigste eeuw. Luister maar:

I got a cravin' love for blazing speed
Got a hopped up Mustang Ford
Jump into the wagon, love, throw your panties overboard

Mijn datering van de jaren veertig, vijftig heeft met woordkeuze, met de muziek te maken, niet met de auto. De eerste Ford Mustang dateert namelijk uit 1964.
In de twee regels die volgen weet Dylan door de eerste opschepperige regel een regel uit een kinderversje net zo opschepperig te laten klinken:

I can write you poems, make a strong man lose his mind
I'm no pig without a wig

om vervolgens weer uit te komen bij de dreiging:

I hope you treat me kind
Things are breakin' up out there
High water everywhere

Het vierde vers wordt geheel beheerst door het stijgende, het dreigende water. En er vallen doden bij bosjes:

Coffins droppin' in the street
Like balloons made out of lead

Doodskisten vallen op straat als ballonnen gemaakt van lood. Die doodskisten vallen hard, het valt zwaar. Denk aan de eerder genoemde uitdrukking to go down like a lead balloon.
Een naamloze she bijt de zanger nog even toe dat hij niet op haar hulp hoeft te rekenen, dat ook zij bezig is te verdrinken. Ironie van de bovenste plank.
Na al dit onheil, na deze doden, na een gebrek aan hulp lijkt het volgende couplet met een grap, een mop te beginnen:

Well, George Lewis told the Englishman, the Italian and the Jew

maar niets is minder waar, het enig wat George Lewis de Engelsman (protestant), de Italiaan (katholiek) en de Jood te melden heeft, is weer een onvergetelijke one-liner en daar is niks grappigs aan:

"You can't open your mind, boys
To every conceivable point of view."

En dat het niet mogelijk is om de geest open te zetten voor ieder mogelijk gezichtspunt, blijkt wel uit de daarop volgende regels waarin Charles Darwin gevangen zit lang Highway five, een weg dwars door de zogenaamde Bible belt in het zuiden van Amerika. De evolutietheorie van Darwin zal geen geliefde theorie zijn in deze Bible belt, het is dan ook niet voor niks dat hij in "High Water (for Charley Patton)" gezocht wordt:

Judge says to the High Sheriff,
"I want him dead or alive
Either one, I don't care."

Het voorlaatste couplet begint met het eerder genoemde citaat uit "The Coo Coo Bird", direct gevolgd door woorden die nog het meest doen denken aan die van een doempredikant:

The Cuckoo is a pretty bird, she warbles as she flies
I'm preachin' the Word of God
I'm puttin' out your eyes

om verder te gaan met de one-liner van Fat Nancy.
Het laatste couplet begint wederom met een citaat uit een bekende song, om te vervolgen met een onconventionele kijk op de omgang met vrouwen:

I'm getting' up in the morning - I believe I'll dust my broom
Keeping away from the women
I'm givin' 'em lots of room

Vervolgens is het aan het onweren boven Clarksdale - home of the Deltablues - en is geluk niet mogelijk tenzij de ander ook gelukkig is:

Thunder rolling over Clarksdale, everything is looking blue
I just can't be happy, love
Unless you're happy too

Eind goed, al goed? Dacht het niet:

It's bad out there
High water everywhere

De tekst van "High Water (for Charley Patton)" is een samenraapsel van namen, citaten en one-liners, ogenschijnlijk lijken ze niks met elkaar te maken, maar samen roepen ze sterke beelden op. Beelden van een tijd, ergens eind negentiende, begin twintigste eeuw. Een tijd waarin het leven nog 'simpel' was, een tijd waarin de mens nog in kleine gemeenschappen woonde, waarin iedereen iedereen kende omdat de dagelijkse gang zelden verder reikte dan de grenzen van het eigen dorp.
Maar ook een tijd waarin de dreiging van natuurrampen deel uit maakte van het leven, waarin nog niet of nauwelijks te voorspellen was wanneer de natuur haar verwoestende werk over de mensheid zou uitstorten. Een tijd waarin een natuurramp, zoals een overstroming, werd gezien als de torn Gods.
"High Water (for Charley Patton)" doet mij vaak denken aan de film O Brother Where Art Thou? (2000) van de gebroeders Coen. De beelden opgeroepen door "High Water (for Charley Patton)" en de beelden in O Brother Where Art Thou? lijken vaak naadloos op elkaar aan te sluiten. En ook de door banjo gedomineerde muziek van "High Water (for Charley Patton)" sluit naadloos aan bij de soundtrack van O Brother Where Art Thou?, bij de muziek uit een tijd ver verwijderd van de tijd waarin Dylan "High Water (for Charley Patton)" schreef.
En toch, is er het contrast. In O Brother Where Art Thou? komt de overstroming als een bevrijding, niet als een bedreiging.

"High Water (for Charley Patton)" brengt de luisteraar voor een minuut of vier naar een wereld in het verleden.
Naar een wereld waarin Darwin de vijand is, een wereld waarin Charley Patton en Big Joe Turner nog klinkende namen zijn en iedereen "Dust My Broom", "The Coo Coo Bird" en andere standards uit de folk en de blues kan fluiten. Een wereld waarin de dreiging van het stijgende water als een niet te keren noodlot boven de dagelijkse gang hangt.

It's tough out there
High water everywhere

*****


aantekeningen

1.

Waar te beginnen? Beginnen bij de afwezigheid, lijkt mij. De afwezigheid die met één nieuw bericht nog niet voorbij is, helaas.
De afwezigheid: de medicijnen die de kans op herhaling moeten verkleinen leggen een watten deken om mijn hersenpan waardoor denken, voelen, beleven bijna onmogelijk is geworden. Kortom: fysiek gaat het prima met mij, alleen nog 'effe' de medicatie afstellen zodat ik de dingen die ik het liefst doe weer kan doen: luisteren, lezen, schrijven.

In de afgelopen weken ontving ik tientallen e-mails van lezers van deze blog. E-mails met tips, bijdragen aan de blog en vragen. Dank daarvoor! T.z.t. zal ik al die e-mails proberen te beantwoorden.

2.

Net verschenen: Meneer de Tamboerijnman en de regenachtige vrouwen van Jochen Markhorst. Meneer de Tamboerijnman en de regenachtige vrouwen bevat 30 beschouwingen over 30 dylansongs. Een aantal van de beschouwingen werd eerder op deze blog gepubliceerd. Liefhebbers van Markhorsts boek Joker, Dief en Eskimo (2015) zullen zeker Meneer de Tamboerijnman en de regenachtige vrouwen weten te waarderen.



Meneer de Tamboerijnman en de regenachtige vrouwen is uitgegeven door Brave New Books, prijs: €20,-

3.

Afgelopen weekend, hangend op de bank, voor het eerst in lange tijd weer eens naar de film I'm Not There (2007) gekeken, je weet wel die film van Todd Haynes waarin meerdere acteurs op Dylan geïnspireerde personages spelen, maar waarin niemand Dylan 'is'. Zoiets.
Best wel een goede film. Nog steeds wel.
Maar is het een film over Bob Dylan?
Nee, geen film over Dylan. Eerder een film waarin Haynes de kijker door vloeipapier laat kijken naar Haynes perceptie van de vele levens die Bob Dylan geleefd zou kunnen hebben.
Zoiets, denk ik.
Misschien moet ik nog maar eens kijken.

4.

In de platenzaak kwam ik afgelopen week nog twee grijze releases van Bob Dylan tegen: Blame It On Rio en This Land Is Your Land.
Blame It On Rio is een enkele cd met een opname van Bob Dylans optreden in Rio de Janeiro op 25 januari 1990.
Blame It On Rio heeft nog geen vijf minuten in mijn cd-speler gezeten. Ik kan er kort over zijn: wat ik gehoord heb is rampzalig. Ik heb geen idee of Bob Dylan die 25ste januari al dan niet een goed concert gaf in Rio de Janeiro, de geluidskwaliteit van de paar fragmenten die ik beluisterd heb is dusdanig slecht dat ik niet kan zeggen dat ik naar muziek heb geluisterd. Mogelijk zijn er hier en daar op deze cd wat fragmenten te vinden die van een wat betere geluidskwaliteit zijn, maar ik heb nog niet de tijd of de behoefte gevonden om naar die fragmenten te zoeken.
Ik kan een ieder aanraden Blame It On Rio links te laten liggen.

De dubbel-cd This Land Is Your Land bevat opnamen van het concert dat Bob Dylan met Tom Petty & The Heartbreakers gaf op 4 juli 1986 in Buffalo, New York. This Land Is Your Land is van een geheel andere orde dan Blame It On Rio. This Land Is Your Land is de moeite van de aanschaf zeker wel waard. De geluidskwaliteit op deze cd is gewoon goed.
Niet alleen krijgt de luisteraar op deze cd de solo-sets van Bob Dylan en de sets van Bob Dylan met Tom Petty & The Heartbreakers te horen, maar ook de nummers die Tom Petty & The Heartbreakers zonder Bob Dylan brachten.
Aanschaffen deze cd, al is het alleen al voor "A Hard Rain's A-Gonna Fall".

5.





tijdschrift

"Deze mag het worden?"
"Alstublieft."
"Dat is dan €17,99."
"Even een vraagje, weet u toevallig hoe lang dit tijdschrift al in de schappen staat?"
"Nou, uhm, nee, al een tijdje denk ik."
"Weet u, het is al weer even geleden dat Bob Dylan 75 is geworden en meestal weet ik wel wanneer dit soort tijdschriften verschijnen, door internet en zo, maar dit is nieuw voor me. Voor ik het hier in de schappen zag had ik het nog nooit gezien of er van gehoord."
"O, maar als u thuis komt en u heeft het al, mag u het wel ruilen hoor."
"Nee, daar gaat het niet om. Ik heb het zeker nog niet thuis dus ik zal 'm ook zeker niet komen ruilen, maar ik wil wel graag weten wanneer het is verschenen, want..."
"Ik zal het even aan mijn collega vragen..... ANNELIES! ... Annelies weet jij misschien wanneer dit tijdschrift is verschenen?"
"Dat staat er meestal wel voorin..."
"Daar heb ik al naar gekeken, weet u, ik neem 'm wel gewoon mee."
"Ik zal even kijken.... Nee, hier staat niks voorin... Wat gek. Maar als u 'm al heeft dan mag u best ruilen hoor, als u de kassabon maar heeft."
"Maar ik wil helemaal niet ruilen... Ach weet u, laat maar. Ik zoek thuis verder wel op internet naar de verschijningsdatum."
"Anders nog iets?"
"Nee, hoor, dank u."
"Dat is dat €17,99."
"Alstublieft."
"Dank u wel en hier is uw kassabon voor als u 'm toch al heeft en wilt ruilen."



Zeven dagen

I been good, I been good while I been waitin’
Maybe guilty of hesitatin’, I just been holdin’ on

Seven more days, all that’ll be gone
Bob Dylan - "Seven Days"

Zaterdag de 30ste
Zo ver rijden is het niet naar de zaak vol tweedehands platen en cd's en dus ben ik vanochtend die kant maar op gegaan. Na een uurtje struinen ben ik met een volle tas weer naar huis gegaan, veel meer kan een zaterdag niet zijn voor een muziekliefhebber.
Drie cd's en een elpee van Bob Dylan, een mooie vangst voor zo maar een zaterdag in juli. Naast de verschillende albums van Bob Dylan heb ik ook Live At Sin-é van Jeff Buckley gekocht. Niet de vier tracks tellende e.p. uit 1993 met deze titel, maar de dubbel-cd met bonus dvd uit 2003. Op Live At Sin-é zijn maar liefst drie Dylan-composities te horen:  "Just Like A Woman", "If You See Her, Say Hello" en "I Shall Be Released". 
Wie mij een beetje kent weet dat ik het niet zo op covers van Dylans nummers heb, maar dat een versie van "Just Like A Woman" door Jeff Buckley onlangs indruk maakte (luister hier). Dat maakte nieuwsgierig naar de live-versie op Live At Sin-é. Die live-versie is zeker ook de moeite waard, net als Buckleys versie van "I Shall Be Released". Zijn versie van "If You See Her, Say Hello" doet me echter niks.

Langer geleden
That 70's Show, een Rolling Stone met Dylan op de cover wordt door Kelso aan Eric gegeven. Het is onderdeel van een grap. Dit alles is te vinden in een aflevering uit seizoen 4, als ik me niet vergis.

Vandaag
The Times They Are A-Changin' draait. Op de cd staat - absurd genoeg - het Nice Price-logo gedrukt (zie hier).
Ik kocht mijn eerste Times in de pauze tussen twee colleges. Tijdens de les brandde de ongehoorde cd in de binnenzak van mijn jas. Ik herinner mij niets van de voorgeschotelde stof. Ik herinner me alleen het wachten op het naar huis kunnen gaan. Het verlangen naar de mogelijkheid om te luisteren.

Londen & gisteren
Tijdens mijn bezoek aan Londen, een maand of 3 geleden, viel in een comic-shop mijn oog op aflevering 6 van de comicserie Art Ops. Die comic bleek - net als aflevering 7 van Art Ops - getekend te zijn door Eduardo Risso, een tekenaar wiens werk ik bewonder.
Enfin, na het lezen afleveringen 6 en 7 raakte geïnteresseerd in de comic-serie Art Ops en dus kocht ik het onlangs verschenen boek met daarin de eerste vijf afleveringen van Art Ops. In dit boek kwam ik een zekere Chapman tegen, een jonge vent, strak in het pak gestoken en met weelderige bos haar op zijn hoofd. Chapman deed mij aan de Dylan uit de periode 1965 - 1966 denken, maar niets in de comic wees er op dat de tekenaars van Art Ops Bob Dylan voor ogen hadden toen ze Chapman creëerden. En dus dacht ik dat het mijn verwrongen geest was die Bob Dylan in Chapman herkende omdat ik nou eenmaal Bob Dylan overal zie waar ik maar de kans krijg om 'm te zien.
Niet dus, zo bleek aan het eind van aflevering 3 van Art Ops. Bob Dylan 'zit' wel degelijk in Chapman. Vergelijk de afgebeelde tekening uit Art Ops 3, en dan met name de houding van Chapman op deze tekening, maar eens met de foto op de cover van The Freewheelin' Bob Dylan.
Dit is geen toeval, de tekenaars van Art Ops hebben Bob Dylan als model gebruikt voor Chapman.

Zonen
Zoonlief heeft op zijn x-box in het spel Ark een dinosaurus de naam Rolling Stone gegeven. Hoewel deze naam niet gekozen is vanwege Dylans "Like A Rolling Stone", ziet zoonlief wel de connectie en wijst hij mij hier op.
Het album Bringing Down The Horse van The Wallflowers - de band van Jakob Dylan - is voor het eerst op vinyl uitgebracht, zo zag ik afgelopen week in een platenzaak.

Kringloopwinkel
"Dylan's switch in direction had caused a few missed heartbeats among his erstwhile followers, but at least the album had another side to it, which included 'Mr. Tambourine Man' and the almost political 'It's All Right, Ma' [sic]. But the concerts he gave during 1965-6, beginning with his performance with the Paul Butterfield Blues Band at the Newport Folk Festival, divided his audience dramatically, and Dylan became a rock idol virtually by default, the succes of 'Like A Rolling Stone' - it reached No. 2 in 1965 - more than compensating for the lost purist folk audience."
The Encyclopedia Of Rock volume 2; From Liverpool To San Francisco

Morgen
Morgen ligt de wereld open.
Morgen lees ik Art Ops uit.
Morgen draai ik Together Through Life, net als vandaag.
Morgen is "It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)" bijna politiek.
Morgen is het de zevende dag sinds het begin van het tellen.
Morgen begint alles weer bij één.
Waarom niet?



Bob Dylan, Woody Guthrie en Chumlee

Het is niet mogelijk om over Woody Guthrie te praten zonder de naam Bob Dylan te laten vallen. Pawn Stars, afgelopen week op de buis. Een man biedt een door Woody Guthrie gemaakt en gesigneerd songboek te koop aan. Binnen een minuut valt de naam Bob Dylan.
Na de uitzending haal ik twee zaken van zolder: de cd This Land Is Your Land; The Asch Recordings vol. 1 en het boek Bound For Glory, beide van Woody Guthrie.
De hoestekst van de cd: "He has influenced many contemporary artists, among them Bob Dylan, Phil Ochs, Billy Bragg, and Bruce Springsteen."
Het door Pete Seeger geschreven voorwoord in Bound For Glory: "A generation of songwriters have learned from him - Bob Dylan, Tom Paxton, Phil Ochs and I guess many more to come."

Vaak denk ik aan wat Woody Guthrie zei over de jonge Bob Dylan. De precieze woorden weet ik even niet. Het kwam er op neer dat Guthrie zijn twijfels had over Dylans capaciteiten als song-schrijver, maar er van overtuigd was dat Dylan het als zanger zeker zou maken.
Woody Guthrie was een slim man met blinde vlekken. Bob Dylan bleek ook te kunnen schrijven,

Ik luister naar "Gypsy Davy" van de cd This Land Is Your Land en denk dat stukken uit dit nummer Bob Dylan hielpen bij het schrijven van "Boots Of Spanish Leather".

Terug naar Pawn Stars. Terwijl er onderhandeld wordt over de prijs van het Guthrie-songboek verschijnt onder in beeld een blokje tekst met de bewering dat Woody Guthrie tijdens Dylans bezoek aan Guthrie in het ziekenhuis zei: "I ain't dead yet" en dat Bob Dylan deze woorden 'recyclede' in "Early Roman Kings".
Is dat waar?
Of is het niet meer dan een opmerkelijk toeval?
Ik wil Tempest horen en dan tijdens "Early Roman Kings" het volume open draaien.
Ik moet wachten. Het is zondagochtend, de buren slapen nog.
Geduld.


 Bob Dylan was al eens in Pawn Stars te zien. Ook daar moest ik aan denken. Ik zoek het bewuste fragment op YouTube en laat het aan 'mevrouw Tom' en de kinderen zien. Zo ben ik, ik deel mijn afwijkingen.

De stem van Zeus

"En dan de man uit Minnesota - // met de stem van Zeus" 
(Pim Hofstra - "Het aflossen van de wacht")

Na het plaatsen van onderstaand bericht ontving ik tientallen reacties, zowel via e-mail als in de reacties op de blog. Dank daarvoor. Op dit moment ben ik nog niet in staat om al die berichten te beantwoorden. Misschien over een tijdje.
In een van die reacties staat zoiets als "Planet Waves helpt ook". Op dit moment neem ik de proef op de som. Het werkt inderdaad.

Het is vreemd om de stem die de afgelopen 25 jaar dagelijks door mijn leven zong nu weer voor het eerst in ruim een week te horen. Planet Waves is een goed uitgangspunt om het bekende te heroveren. Ik kom er wel, maar het duurt nog even.


En donker is het nog lang niet

Eind mei, een terras in Alkmaar. De man naast mij vraagt of het klopt dat Dylans stem op Nashville Skyline zo anders dan op eerdere Dylan-albums klinkt omdat Dylan vlak voor het opnemen van dit album stopte met roken. Een uur voor hij de vraag stelde zat hij nog achter de piano en zong hij zijn vertaling van "Not Dark Yet". Van zijn vertaling is mij niks anders bijgebleven dan dat ik het goed vond klinken, zijn vraag over Nashville Skyline achtervolgt mij sinds een week of twee.
Zal mijn stem veranderen nu ik gestopt ben met roken?

"Een waarschuwing," noemt men het. Ik hoor het nog steeds iedere dag: "een waarschuwing heb je gekregen." Er is iedere dag wel weer iemand die het zegt. Misschien hebben ze gelijk, al kan ik er niks mee.
Een waarschuwing, dat impliceert dat er kans op herhaling is wanneer er geen maatregelen worden genomen. Ik kan het woord "waarschuwing" niet meer horen.
De maatregelen om herhaling te voorkomen: braaf pillen slikken en stoppen met roken.

Na ontslag uit het ziekenhuis dacht ik de draad weer op te pakken. Het was immers alleen maar een "waarschuwing", een "foei, niet meer doen hoor", maar al snel bleek dat ik daar veel te licht over dacht.
Lezen? Vergeet het maar, lukte niet meer. Muziek luisteren? Ik dacht het niet. Schrijven dan? Er kwam geen woord meer uit mijn pen. De weinige uren dat het me lukte om mijn ogen open te houden staarde ik naar de buis.

In de bijna twee weken dat ik nu weer thuis ben begin ik langzaam maar zeker weer stukjes van mezelf terug te vinden. Af en toe lukt het om te lezen en terwijl ik deze woorden schrijf - al een overwinning op zich - draai ik voor het eerst in lange tijd weer eens muziek: Nashville Skyline.
De stem is veranderd, maar er is nog een stem.

En donker is het nog lang niet.





Dylanterie #22: Harmonie, 2008 - door Ubel

Harmonie, 2008

Harmony Central is sinds het begin van internet een veelbezocht Amerikaans muzikantenplatform. In het forum gooit iemand een balletje op, de aloude vraag “Wordt Bob Dylan overschat?” De reacties laten zich lezen als Dylans songtekst Ballad of a Thin Man. “Hij is de kerstman niet, zijn teksten raken kant noch wal. Hij zeikte de folkies af, en nee, hij is niet Kurt Cobain. Ik ben een diehard Amerikaan, word woest als iemand de vlag verbrandt. Als ik zijn gitaar hoor, krijg ik de neiging mijn hoofd kaal te scheren, een baard te laten groeien zoals Lenin had en wil ik de Berlijnse Muur herbouwen. Wordt Jezus overschat? Ik heb een vagina.”

Ubel Zuiderveld vervat onder de naam Dylanterieën korte observaties en gedachten omtrent Bob Dylan in 111 computergetelde woorden, zogenaamde honderdelfjes.

After The Empire

“Weet jij wat Bob Dylan deed tussen het uitbrengen van Empire Burlesque en het opnemen van Knocked Out Loaded?”
“Nou?”
“Hij was in de studio om zelfgeschreven nummers als ‘Nothing Here Worth Dying For’ en ’26 Storeys High’ op te nemen.”
“Daar heb ik nog nooit van gehoord, niet van die opnamen, niet van de nummers die je noemt.”
“Precies.”

Zo’n dertig jaar nadat de opnamen werden gemaakt brengt Rattle Snake met de cd After The Empire de nummers die Bob Dylan tussen Empire Burlesque en Knocked Out Loaded schreef en vastlegde uit. After The Empire bevat vijftien tracks, op één na allemaal door Bob Dylan geschreven. Twee nummers staan in meerdere versies op After The Empire.
Wacht even, even terug. Opnamen van Bob Dylan uit halverwege de jaren tachtig, opnamen van door Dylan geschreven nummers. Opnamen die niet alleen niemand ooit eerder hoorde, maar waarvan niemand zelfs maar het bestaan wist.
Wat ik ook schrijf het blijft een understatement om het belang van After The Empire duidelijk te maken.
Goed, groots nieuws dus, After The Empire en ik luister er nu naar. Vijftien tracks, elf nooit eerder gehoorde Dylan-composities en een cover van het door Alan Brandt en Bob Haymes geschreven nummer “That’s All”.

De tracklist:
01. Baby Coming Back From The Dead
02. Nothing Here Worth Dying For
03. Won’t Go Back Till They Call Me Back Again
04. Let Me Come Baby
05. Bring It Home To Me
06. I’m Ready For Love
07. 26 Storeys High
08. You Can Have Her
09. My Sweet Baby (Round & Around)
10. Nothing Here Worth Dying For
11. You Can Have Her
12. Find Me
13. Nothing Here Worth Dying For
14. Right Hand Road Blues
15. That’s All

afgelopen week

Ik wil meer met de blog, maar zit behoorlijk aan (over?) mijn grens als het om tijd gaat. Dat schreef ik eerder vandaag in een e-mail aan Ed.
Het kan gebeuren dat er enkele dagen geen nieuwe berichten op de blog verschijnen waarna ik ineens, wanneer er wel tijd is, meerdere berichten op één dag plaats, zoals vandaag. Mijn tijd is beperkt en ik moet keuzes maken, zeker wanneer ik ook nog af en toe iets van Dylans muziek wil horen. Neem nou afgelopen week.
Afgelopen week was een schitterende week. Zo kocht ik het nieuwste boek van P.F. Thomése alleen omdat er een aan Bob Dylan gerichte brief in opgenomen is. Tijd om dat boek te lezen heb ik nog niet gevonden, eerst moet ik van mezelf verder lezen in een ander boek, een boek dat ik gelezen moet hebben om er over te kunnen schrijven in Dylan & de Beats.
Dan zijn er nog de tekeningen van Robert Crumb waar ik op stuitte. Het is niet Bob Dylan die op deze tekeningen staat, maar de tekeningen doen wel sterk aan Bob Dylan denken. Ook daar moet ik nog wat mee.
Of wat te denken van het tijdschrift The Paul McCartney World Tour dat gisteren in een kringloopwinkel mijn aandacht trok. Bladerend in dat blad zag ik de schitterende foto die Linda McCartney van Bob Dylan maakte. En nog een foto, tournee 1966, van Dylan, niet gemaakt door Linda McCartney, maar door wie dan wel? In ditzelfde tijdschrift zegt Paul McCartney het een en ander over Bob Dylan, waaronder: "But Dylan, when I got in and talked to him I played him some of the Sergeant Pepper album, bit late. He said, Oh, I get it, you don't want to be cute anymore. That summed it up, that was sort of what it was."
Bob Dylan hoort enkele nummers van Sgt. Pepper en slaat de spijker op z'n kop.
En dan is er natuurlijk nog de instrumentale versie van "Free Bird" dat afgelopen donderdag aan het eind van Dylans concert gespeeld werd. De theorieën vliegen al weer over internet: het is een sneer naar de mannen en vrouwen die klagen over het hoge gehalte songs van Shadows In The Night en Fallen Angels. Het is een saluut aan de donderdag naar zijn laatste rustplaats gebrachte bokser Mohammed Ali. Het is... Er zijn meer theorieën.
Bob Dylan en Mohammed Ali.
Zoals waarschijnlijk iedere Dylan-liefhebber moest ik gelijk denken aan "I Shall Be Free No. 10" toen ik hoorde dat Ali was overleden.

 I was shadow-boxing earlier in the day
 I figured I was ready for Cassius Clay
 I said “Fee, fie, fo, fum, Cassius Clay, here I come
 26, 27, 28, 29, I’m gonna make your face look just like mine
 Five, four, three, two, one, Cassius Clay you’d better run
 99, 100, 101, 102, your ma won’t even recognize you
 14, 15, 16, 17, 18, 19, gonna knock him clean right out of his spleen”

En natuurlijk de schitterende foto van Dylan en Ali, gemaakt door Ken Regan, te vinden in Rolling Thunder Logbook van Sam Shepard.
Als het over Ali gaat, is er altijd wel iemand die vertelt in de nacht te zijn opgestaan om die ene wedstrijd te bekijken, maar dat is weer een heel ander verhaal. Een verhaal dat hier niet thuis hoort.
De nieuwe Mojo hoort natuurlijk wel hier thuis. De Mojo met Bob Dylan op de cover. Ik heb dat tijdschrift nu een week in huis, maar ik heb er nog geen letter in gelezen. Wel heb ik begrepen dat er een foutje is gemaakt, dat het artikel over Dylan abrupt eindigt. Er lijkt een deel van het artikel verloren te zijn gegaan.
Bij die Mojo zit een cd. Op die cd spelen veertien verschillende artiesten / bands nummers van Blonde On Blonde. Ik ben niet verder gekomen dan track 4: "One Of Us Must Know" door Chip Taylor (zeker aardig), terwijl 'mevrouw Tom' en dochterlief bij de eerste track - "Rainy Day Women #12 & 35" door Malcolm Middleton - de kamer al gillend verlaten hadden.
Die cd heeft geen prioriteit.
Wat wel prioriteit heeft is de nieuwe oude Dylan.
Stel je voor dat je enkele uren aan nooit eerder gehoorde oude opnamen van Bob Dylan in de schoot geworpen krijgt. Dat zet toch wel even de dagelijkse gang op de kop.
Daar maak je in de agenda ruimte voor vrij.
Dat ga ik nu doen.
Ik ben er even niet.

Fallen Angels door Ed van Tellingen; Dagblad van het Noorden, 4 juni 2016

Joost & zo: Fallen Angels door Ed van Tellingen

Zoon Joost (26) heeft klassiek autisme en is verstandelijk gehandicapt. Hij woont in Nieuw Woelwijck in Sappemeer, maar brengt regelmatig bij ons een weekendje door in Meppel. Ik schrijf over hem, elke eerste zaterdag van de maand.

Bob Dylan werd op 24 mei 75 jaar en rond die datum verscheen ook zijn nieuwe album Fallen Angels. Hij stond al lang op mijn lijstje voor een verhaal rond Joost en dus is er geen beter moment om dat nu te doen. En juist vandaag begint Dylan aan de zoveelste concertreeks in zijn Never Ending Tour. Het wordt vanavond – dat verzin ik niet – zijn 4726ste concert. Ik misbruik hem graag in mijn Ever Ending Tour rond Joost.
Dylan en Joost, ze liggen min of meer voor mij in elkaars verlengde, ik kan het ook niet helpen.
Als Joost in 2004 niet zou zijn verhuisd naar dorpsgemeenschap Nieuw Woelwijck, zou ik dan zo verslingerd zijn geraakt aan de muziek van Bob Dylan?
Ik denk het niet.
En als Joost ons huis niet had verlaten – had moeten verlaten ook, omdat wijzelf eronderdoor gingen – zou ik dan zijn gaan graven in al die lagen die in de songs van Dylan liggen? Ik denk het niet.
Zoals Dylan zelf eens registreerde in een interview (even in het Engels, sorry): ,,What makes the songs different is that there’s a foundation to them … They’re standing on a strong foundation, and subliminally that’s what people are hearing.’’ Songs die staan als een aardbevingsbestendig huis op een oersterk fundament, zoiets zegt hij. Een fundament dat diep wortelt in traditionals, blues, folkmuziek, gospel, country en rock. Dylan zuigt ze op als de enig echte SpongeBob.
Het begon twaalf jaar geleden bijna vanzelf, het draaien van Dylanmuziek in de auto, nadat ik Joost – na een weekendje Meppel – had teruggebracht naar Sappemeer. Bijna onbewust schoof ik een Dylan-cd in de speler. Het werd snel een autistisch ritueel op de terugweg, in de beste Joosttraditie. Dat is het nog steeds.
Het eerste stukje van de terugrit neemt een zwaar gevoel bezit van me. Dan wil ik nog geen muziek horen. Zelfs Dylan niet. Dan praat ik even na met Joost. ‘Ach Joost’, zoiets hoor ik mezelf vaak hardop zeggen.
Gek genoeg went het nooit, daarover blijf ik me verbazen. Ik kijk achterom, naar zijn vaste plek in de auto, maar die is leeg. Ik zie zijn lintje liggen, dat hij razendsnel laat fladderen tussen zijn vingers. Het dempt zijn onrustgevoelens. Dat lintje ligt er altijd. Puur sentiment, maar dat is dan maar zo.
Ter hoogte van Kiel-Windeweer gaat mijn hand naar een Dylan-cd. Er ligt altijd wel een handjevol in de auto. Thuis liggen de stapels metershoog en daartussen zitten honderden bootlegs. Illegale opnames dus, van concerten waarvan Dylan in de loop van zijn carrière duizenden heeft gegeven. Van oneindig veel concerten is er zo’n bootleg. Het valt dus nog wel een beetje mee met mijn verslaving, houd ik mezelf voor de gek.
Ik houd van de jonge Dylan, de middle-aged Dylan, de oude Dylan – en zeker ook van de gospel-Dylan uit de beginjaren tachtig. Verfoeid door velen, maar niet door mij. Juist die songs troosten en helen, ik krijg er geen genoeg van. In geen andere periode in zijn leven zong hij zo meeslepend en hartverscheurend als in die jaren. I Believe In You is een verschrikkelijk intiem nummer. Die You kan God zijn, maar evengoed een geliefde of een kind. In mijn geval is dat Joost, een fallen angel om in het spoor te blijven van het nieuwe Dylanalbum.
Joost heeft iets engelachtigs, zo sereen en azuurblauw als hij kan stralen. Maar ‘vallen’ doet hij, heel diep. Onbeheersbare buien jakkeren door zijn lijf. The ghost of electricity howls in the bones of his face, die zin jat ik uit Visions Of Johanna, een van Dylans klassiekers uit de sixties. Er zijn geen frases die scherper het klassieke autisme van Joost verwoorden dan dit soort oneliners waarmee Dylans oeuvre vol staat.
Excuus nogmaals voor het Engels, maar elke poging tot een zinnige vertaling haalt de ziel uit het origineel. No Direction Home zingt Dylan in Like A Rolling Stone, uitgeroepen tot de beste popsong aller tijden. No Direction Home, zo moet Joost zich vaak van binnen voelen. Altijd in een voorwaartse drive naar niemandsland. Godzijdank heeft hij een thuis, in Nieuw Woelwijck. En soms wipt hij even langs in Meppel, dat zijn thuis was.

Aanvullingen van Ed van Tellingen via e-mail ontvangen: 
"Er staat een storende fout in over het aantal concerten van Dylan. Geen lezer van het dagblad die het opvalt, maar lezers van je blog zullen me er ongetwijfeld op aanspreken. En anders jij wel ;-) Het aantal van ruim 4700 concerten is wel zo'n 1300 keer te hoog. Hoe ik dat getal erin heb gezet, is voor mij een raadsel. Ik had het natuurlijk gewoon geplukt van 'expectingrain', maar in mijn hoofd is erna iets misgegaan. Nou ja, het blijven heel erg veel concerten.

En het bekende citaat uit Visions of Johanna heb ik -met opzet- licht veranderd: her heb ik omgezet in his, zonder dat toe te lichten. Het zou te veel armslag vragen in de column. En het ging mij uiteraard om de essentie."

Scarlet Town (2012) - door Jochen

Scarlet Town (2012)

Met de dagboeken van Samuel Pepys (1633-1703) hebben de Engelsen een benijdenswaardige cultuurhistorische schat geërfd. Tien jaar lang, van 1660 tot 1669, houdt de hooggeplaatste ambtenaar (hij was secretaris van de admiraliteit en reorganiseert de Royal Navy) een dagboek bij, waarin hij geestig, nauwgezet en vooral zeer vrijmoedig optekent wat hem in zijn privéleven zoal bezighoudt, maar ook gedetailleerd verslag doet van het leven buiten zijn vier muren. Van de Londense Pestepidemie, de Grote Brand van 1666, de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog, om maar een paar grote historische gebeurtenissen te noemen, hebben we zodoende unieke ooggetuigenverslagen. De Nederlanders komen er goed in weg, trouwens. Michiel de Ruyter en de zijnen geven de Engelsen goed klop (de Tocht naar Chatham wordt ook beschreven), maar daarmee gaat de verslagen Pepys gentlemanlike om: “In all things, in wisdom, courage, force and succes, the Dutch have the best of us.
Zijn vele seksuele escapes beschrijft hij eveneens kleurrijk en gedetailleerd, maar wel in een zelfverzonnen code in een stenografieachtig handschrift. Dat wordt uiteindelijk pas in de negentiende eeuw ontcijferd, en het duurt nog tot diep in de twintigste eeuw voordat we een complete, ongekuiste versie aan het publiek durven toe te vertrouwen.
En voor muziekhistorici is het dagboek eveneens een bron: dankzij Pepys weten we dat de onverslijtbare evergreen “Barbara Allen” al in zijn tijd een populair lied was: op 2 januari 1666 vertelt hij over een Nieuwjaarspartijtje waarbij een van zijn minnaressen, de actrice Elizabeth Knepp, hem verblijdt met een uitvoering van her little Scotch song of Barbara Allen.

Het lied blijft, in vele varianten, eeuwenlang populair. De setting is soms London, ook wel Dublin en dan weer Reading – de verplaatsing naar het niet-bestaande Scarlet Town is vermoedelijk een woordspelige variant op Reading (dat je uitspreekt als Redding). Dat is niet de variant die Dylan zo breekbaar zingt in The Gaslight, oktober ’62; daar opent hij met In Charlotte Town, not far from here, maar in de veel dramatischere versie in 1988 is het dan In Scarlet Town, where I was born. De kwijnende jongeman heet overigens wel William in beide versies, maar is pas in de latere versie weer sweet William geworden; aanvankelijk was het poor William.

De tekstfragmenten Sweet William on his deathbed lay en de openingsregel met de plaatsnaam verhuizen beide mee naar een van de hoogtepunten van Dylans prachtige album Tempest (2012): “Scarlet Town”. Op die plaat, die terecht nogal juichend wordt ontvangen, culmineert de Dylantouch die we grofweg vanaf “Highlands” tot ontwikkeling hebben zien komen: dat sprankelende amalgaam van poëtische, epische en lyrische invloeden, citaten en parafrasen uit eeuwen wereldliteratuur, van het oude Griekenland tot het moderne Japan, van de Bijbel tot film noir, van zeventiende-eeuwse Schotse folksongs en liedjes uit de Amerikaanse Burgeroorlog tot verstofte swingplaatjes uit het begin van de twintigste eeuw en rock ‘n’ roll-klassiekers uit de jaren ’50, ’60 en ‘70.
“Scarlet Town” is daarvan, van dat sprankelende amalgaam, een hoogtepunt dat het tijdoverstijgende van Dylans latere werk misschien wel het beste weet te vatten. Behalve “Barbara Allen” waaien er meer liedverwijzingen langs: “Little Boy Blue” is een kinderliedje dat al in Tommy Thumb’s Little Song Book (1744) te vinden is, “Set ‘Em Up, Joe” is een countrysong van Vern Gosdin uit 1988, dat op zijn beurt weer het eveneens geciteerde “Walking The Floor” van Ernest Tubb uit 1941 eert.

Dylan kort #1179 [poëzie en een straatmuzikant]

Setlists: 7 juni, 9 juni (met een extra track), 10 juni en 11 juni.
"Litanie van Bob Dylan" door P.H.H. Hawinkels, zie hier.
"Ik keek naar de lucht / en zag Bob Dylan in de wolken" door Huub Mous, zie hier.
Straatmuzikant Mr. Tambourine Man, zie hier. [met dank aan Frits]

Dylan kort #1178

Setlists: 4 juni, 5 juni. (Waar komt "I Could Have Told You" vandaan?)
Bol.com heeft tegenwoordig een ware Bob Dylan-winkel, zie hier.
MoMa: In de collectie heeft wel het een en ander aan Bob Dylan in bezit, waaronder een originele litho van de cover van Self Portrait, zie hier voor de Dylan-collectie van MoMa. [met dank aan Wim]
De documentaire De vier winters van Theo van den Boogaard is zeer de moeite van het bekijken waard (en bevat wat Dylan, waaronder een vroege door Van den Boogaard gemaakte tekening), zie hier. [met dank aan Wim]
Bob Dylan Compleet is een Nederlandse vertaling van het boek All The Songs van Margotin en Guesdon. De vertaling verschijnt op 1 augustus. [met dank aan Johan]
Elle: over "Most Of The Time", zie afbeelding (Elle van juni). [met dank aan Alja]
Mojo: De nieuwe Mojo met Dylan op de cover en een Dylan-cd ligt in de winkels, zie hier. [met dank aan Pieter en Jasper]
Paul McCartney is te verlegen, zie hier. [met dank aan Frits]
Jacques Mees gaat naar Amerika, zie hier.
DaMusic over Fallen Angels, zie hier.
Humo over Blonde On Blonde, deel van het artikel, zie hier.

Dylanterie #21: Bloedspuwer, 2012 - door Ubel

Bloedspuwer, 2012

Gaat het over de relatie slaaf-meester? Staat de tekst bol van religieuze symboliek? Over Pay in Blood van Dylans album Tempest doen verhalen de ronde. Als over veel Dylansongs. Mij raakt vooral zijn zang als een mokerslag; die klinkt anders dan op elk ander Dylanlied. Dylan gruist het eruit als een losgeslagen mijnwerker met stoflongen. De zinnen stoot hij van zich af met dierlijke kracht in elke ademtocht. Het is bijna grunten wat hij doet; laat ik het “gorzelen” noemen. Je bent bang dat elk moment alle opgespaarde nicotine in zijn longen in een onbedaarlijke rochelsessie kan los schieten. Angstig houd ik mijn speakers in de gaten; spuugt Dylan dadelijk bloed?

Ubel Zuiderveld vervat onder de naam Dylanterieën korte observaties en gedachten omtrent Bob Dylan in 111 computergetelde woorden, zogenaamde honderdelfjes.

World Gone Wrong - de MoV-persing

World Gone Wrong was het eerste Dylan-album dat ik op de dag van release kocht. Dat was in oktober 1993. Ik kocht het album op cd. In die dagen was cd de geluidsdrager, het vinyl was op sterven na dood. Die allereerste cd-persing bevat een foutje in de tracklist die op de cd staat afgedrukt. In het boekwerkje bij de cd wordt dat foutje toegegeven (zie hier). De elpee-persing van World Gone Wrong (uitgekomen in december 1993) zag je in die dagen eigenlijk niet in de winkels. Met de wederopstanding van het vinyl nam de vraag naar elpee-persingen van World Gone Wrong enorm toe, het probleem was echter dat de originele persing in een dusdanig kleine oplage was geperst, dat slechts een zeer klein deel van de elpee-zoekende World Gone Wrong-liefhebbers voorzien kon worden van een tweedehands exemplaar en dan vaak ook nog tegen woekerprijzen. De vraag oversteeg vele malen het aanbod. Een paar jaar geleden dacht een handelaar daar handig op in te springen door het uitbrengen van een counterfeit-persing van World Gone Wrong, zowel op zwart als op gekleurd vinyl. Maar een counterfeit is voor de verzamelaar natuurlijk niet de heilige graal die een originele persing van World Gone Wrong wel is.
De ironie wil dat de originele persing van World Gone Wrong met te weinig aandacht lijkt te zijn gemaakt. Die originele elpee-persing van World Gone Wrong is geluidstechnisch gezien simpelweg onder de maat. Een aantal jaren geleden moest ik dan ook concluderen dat die vermaledijde counterfeit-persing een stuk beter klinkt dan de originele persing van World Gone Wrong.
De aankondiging van het in Haarlem gevestigde Music On Vinyl om World Gone Wrong opnieuw op vinyl uit te brengen stuurde dan ook een golf van hooggespannen gelukzaligheid door de Dylan-wereld. De verwachting was dat er eindelijk, eindelijk een officieel-uitgebrachte vinyl-persing van World Gone Wrong op de markt zou komen die goed zou klinken. De ervaringen met eerdere door Music On Vinyl uitgebrachte Dylan-persingen leren immers dat de medewerkers van het Haarlemse bedrijf hun vak verstaan.

Wie de Dylan-boeken er op na slaat zal regelmatig lezen dat World Gone Wrong 'slechts' de opvolger is van Good As I Been To You (1992) of dat World Gone Wrong het album is dat Bob Dylan moest maken om tot Time Out Of Mind (1997) te komen. Beide zienswijzen doen World Gone Wrong te kort.
Wie World Gone Wrong opzet krijgt niet meer dan een man en zijn gitaar te horen (en een beetje mondharmonica op "Stack A Lee"). Die man brengt tien oude songs op dit album. Dat doet hij met overtuiging, met vakmanschap, maar bovenal met passie. World Gone Wrong is vrij van studiotechniek, van foefjes om de muziek op te leuken. Op World Gone Wrong is er een directe lijn van muzikant naar luisteraar.
Wanneer ik naar World Gone Wrong luister denk ik vaak aan Alan Lomax, de man die met een bandrecorder door Amerika trok om bekende en onbekende muzikanten in hun eigen omgeving op te nemen. De geluidskwaliteit op die Lomax-opnamen is nooit perfect door de omstandigheden, maar wel altijd puur, rechtstreeks. Als luisteraar krijg je het gevoel bij de opname aanwezig te zijn. Dat geldt ook voor World Gone Wrong: de opname is niet perfect. Je hoort Bob Dylan zijn gitaar van en naar de microfoon bewegen. Je hoort een lichte vervorming van het geluid wanneer Bob Dylan de snaren van zijn gitaar net iets te hard aanslaat. Maar tegelijkertijd is er geen studio-album van Bob Dylan waarbij ik tijdens het luisteren zo sterk het gevoel heb naast Bob Dylan te zitten.
Op World Gone Wrong krijgt de luisteraar schitterende versies van bekende en minder bekende oude songs als "Love Henry", "Delia",  "Two Soldiers" en "Lone Pelgrim" te horen. World Gone Wrong is het Dylan-album waarop de muziek de luisteraar naar binnenzuigt, de songs in. World Gone Wrong is het album van een troubadour, een straatmuzikant die zijn hele ziel en zaligheid in de muziek, in de gezongen teksten legt. World Gone Wrong is kippenvel.

Het is juni 2016, bijna 23 jaar na het verschijnen van World Gone Wrong. De Music On Vinyl-persing van dit album is net verschenen. Deze nieuwe persing van het in Haarlem gevestigde bedrijf laat alle voorgaande persingen van World Gone Wrong mijlenver achter zich. Met het draaien van deze nieuwe persing heb ik eindelijk, eindelijk het gevoel World Gone Wrong echt te horen.
De cd-persing klinkt iel en heeft te weinig bas. De originele vinyl-persing is gewoon ver onder de maat en de counterfeit is aardig, maar niets kan tippen aan de warmte, aan de balans van deze nieuwe persing.
Dylans gitaar klinkt spathelder op de Music On Vinyl-editie (luister naar het begin van "Love Henry"), Dylans stem zingt rechtstreeks de woorden je donder in op deze persing. Tijdens "Lone Pelgrim" liepen de tranen over mijn wangen. Nog nooit had deze opname zo mooi geklonken als op de Music On Vinyl-plaat.
Ik was al verslingerd aan World Gone Wrong. De recent verschenen Music On Vinyl-persing heeft de liefde voor dit album alleen maar sterker gemaakt.
Luister naar World Gone Wrong - het is een schitterend album - en luister dan naar de Music On Vinyl-persing. Dit is zoals het album behoort te klinken.
Ren vandaag nog naar de winkel om de Music On Vinyl-persing van World Gone Wrong aan te schaffen. Laat na thuiskomst de naald in de groef zakken, leun achterover en drijf weg. Deze persing neemt je mee naar plaatsen waar je niet eerder bent geweest.

Bob Dylan - World Gone Wrong (Music On Vinyl MOVLP 1616, 180 grams vinyl)

Typex

In het programmaboekje van Stripdagen Haarlem (3 - 12 juni 2016) kwam ik een opmerkelijke tekening van Typex tegen. Naast de huilende bruid op de tekening staat een kastje met daarop een platenspeler. Op die platenspeler draait Blonde On Blonde. De hoes van dat album leunt tegen het kastje waar de platenspeler op staat. Het programmaboekje waar deze tekening in te vinden is geeft geen verdere informatie over het boek waarin deze tekening te vinden is.
Na wat speurwerk kwam ik er achter dat Typex werkt aan een getekende biografie van Andy Warhol. Ik ga er van uit dat de in het programmaboekje afgebeelde tekening gemaakt is voor dat boek.
De door Typex getekende biografie van Andy Warhol zal waarschijnlijk pas in de zomer van 2018 verschijnen.


I Dreamed I Saw St. Augustine (1967) - door Jochen

I Dreamed I Saw St. Augustine (1967)

De Amerikaanse schrijver Joe Hill is al een tijdje succesvol, niet alleen als auteur van populaire comics (de Locke & Key-serie, bijvoorbeeld) maar ook al sinds 1997 als schrijver van horror, thriller en fantasy. Daarmee wint hij prijzen, scoort fikse verkoopcijfers en verfilmd wordt zijn werk inmiddels ook al. Zijn pseudoniem wordt in 2005 onthuld en blijkt niet eens zo heel erg verzonnen te zijn; hij is in 1972 geboren als Joseph Hillstrom King en heeft een schuilnaam gekozen omdat zijn vader de wereldberoemde bestsellerauteur Stephen King is – de jonge King wil graag op zijn eigen merites beoordeeld worden, vandaar. En van die voornaam Joseph Hillstrom is het maar een kleine, historisch correcte stap naar Joe Hill. Vader Stephen en moeder Tabitha (ook al een getalenteerd schrijfster) zijn bewonderaars van de legendarische Zweeds-Amerikaanse vakbondsactivist en eren hem door hun eerste zoon naar hem te vernoemen.

Die Zweed wordt geboren als Joel Emmanuel Hägglund (1879-1915) en emigreert in 1902 vanuit Stockholm naar de Verenigde Staten. Hij verandert zijn naam in Joseph Hillström, verdient als arbeider kriskras rondtrekkend de kost, schrijft en tekent ondertussen sociaalbewogen cartoons, politieke songs en satirische gedichten en is een lastige, mondige en intelligente socialist. Dat laatste speelt vermoedelijk mee bij zijn zeer dubieuze terdoodveroordeling en aansluitende executie, 19 november 1915, voor de moord op een kruidenier en zijn zoon in Salt Lake City, Utah. Op de avond van de moord meldt Joseph Hillström, of ook wel Joe Hill, zich bij een plaatselijke dokter met een schotwond in zijn hand die hij weigert te verklaren – dat is zo’n beetje het enige belastende feit waarop hij dan wordt veroordeeld.
Jaren later blijkt dat Hill de schotwond had opgelopen bij een ruzie om een vrouw, Hilda Erickson, die in een teruggevonden brief ook vertelt dat Joe door haar ex-verloofde is beschoten.

Hills handgeschreven laatste wil is een gedicht waaruit eens te meer zijn talent voor puntige schetsen in een kordate, geestige stijl blijkt. Het opent met:

My will is easy to decide
For there is nothing to divide
My kin don't need to fuss and moan
"Moss does not cling to rolling stone"

Het hele gedicht wordt decennia later op muziek gezet door Ethel Raim, die met haar Pennywhistlers het podium wel eens deelt met Dylan. Onsterfelijk wordt de tragische, begaafde Joe Hill echter vooral door “I Dreamed I Saw Joe Hill Last Night”, het lied dat Earl Robinson in 1936 van Alfred Hayes’ gedicht maakt. Pete Seeger zingt het, Bruce Springsteen speelt het lied live, heel dylanesque met akoestische gitaar en harmonica (2014), maar de bekendste versie is van Joan Baez, Woodstock ’69.

Dylanterie #20: Protestzanger, 1979 - door Ubel

Protestzanger, 1979

“Protestpop reageert op actualiteit”. Het is de kop boven een artikel dat ik in 1979 schrijf voor het weekblad van de Nederlandse Christelijke Radio Vereniging, de NCRV Gids. Natuurlijk is mijn drie jaar eerder ontloken liefde voor Bob Dylan de aanleiding. Dylan was, en is voor velen nog, synoniem met protestzanger. Iedereen die houdt van zijn muziek, weet dat je Dylan met dit predicaat ernstig tekort doet. Zeker, Zimmy kan en kon van leer trekken tegen onrecht – tegen racisme, uitbuiting, ongelijkheid. Toch, beter is het hem te omschrijven als bard, een lyrische zanger. Meer nog dan een bard is Dylan een rondtrekkende liedjesbrenger. Ja, Bob Dylan is de troubadour aller troubadours.

Ubel Zuiderveld vervat onder de naam Dylanterieën korte observaties en gedachten omtrent Bob Dylan in 111 computergetelde woorden, zogenaamde honderdelfjes.