Dylan kort #1295

Cover: tijdens het lezen van Jochens stuk over "It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)" moest ik denken aan de uitzending van De Wereld Draait Door rond het overlijden van Martin Bril waarin Tom Barman "It's Alright, Ma" speelde, zie hier.
De dichtbundel Desperado van Wim Kikkert kocht ik omdat op de achterzijde van dit boek staat: "Een desperate poging om, aan de hand van de twee grootmeesters van de liedkunst, te weten Bob Dylan en Leonard Cohen, de werkelijkheid nog een keer bij de kladden te pakken."
Desperado bevat 31 gedichten / teksten / vertalingen waarvan 22 vertalingen / bewerkingen van Dylan-songs en één gedicht met een (vertaald) Dylan-citaat. Ik worstel een beetje met een goede benaming voor de teksten in Desperado. ik vond dit boek tussen de dichtbundels, maar een groot deel - de Dylan-songs - zijn niet meer dan vertalingen van wisselende kwaliteit. Het gedicht / de tekst "Liefde onder nul / Geen limiet Love minus zero / No limit / B. Dylan" begint zo:

Mijn lief spreekt met de stilte
Haar stem verdrijft de kilte 
Ze hoeft niets meer uit te leggen
Ze is waar als ijs als vuur

Dit lijkt mij een vertaling met weinig tot geen inbreng van de dichter Wim Kikkert. Kan dit dan zomaar staan in een dichtbundel waar alleen de naam Wim Kikkert op staat?
Niet iedere Dylan-tekst is een 'slechts' vertaling. Soms - mede door rijmdwang - geeft Kikkert een eigen draai aan de Dylan-tekst. Dat pakt niet altijd goed uit. Zo verbasterde Kikkert het refrein van "A Hard Rain's A-Gonna Fall" tot het op de lachspieren werkende:

En het wordt hard, het wordt hard
Het wordt hard en het wordt hard
Het wordt hard Pa, wat ik je brom

Desperado is zeker geen must read voor de Dylan-liefhebber, het is eerder een rariteit waarvan lezing de dag wat kan verlichten.
Meer poëzie: Herman stuurde mij een link naar een gedicht (zie hier) en de vraag "aan welke songtekst doet dit gedicht je denken?" Antwoorden graag via reacties bij dit bericht. [met dank aan Herman]
The Dylan Whisky Bar: Nee, dit heeft niks met Bob Dylans nieuwe whiskey-merk Heaven's Door te maken, dit is een bar in Ierland, zie hier. [met dank aan Bert]
The Vietnam War is - naar ik heb begrepen - een indrukwekkende serie over de oorlog in Vietnam. In deze serie is regelmatig de muziek van Bob Dylan te horen. Ook is Bob Dylan te vinden op de soundtrack van deze serie, zie hier. [met dank aan Bert]
Bob Dylan "weer eens" in de Volkskrant, zie hier. [met dank aan Simon]
‘Ik heb Bob Dylan zo’n vijftien keer zien spelen’, zie hier. Alleen leesbaar voor abonnees van Elsevier.
Winterdijk 30b: een Dylan-tribute, zie hier.

It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding) (1965) - door Jochen

It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding) (1965)

In oktober 2013 meldt The Mercury News uit San José dat het pand op 2066 Crist Drive, Los Altos, monumentenstatus is verleend. De Los Altos Historical Commission heeft unaniem besloten dat het huis met de aangebouwde garage van waaruit Steve Jobs zijn eerste Apples bouwde en verkocht een historical resource is en beschermd dient te worden.
Bijna museaal wordt het monument als veertien maanden later, in januari 2015, regisseur Danny Boyle toestemming krijgt om op locatie te filmen voor zijn verfilming van Walter Isaacsons biografie Steve Jobs (2011). De filmscènes die de embryonale fase van Apple vertellen, spelen dus ook werkelijk in de originele garage. Daarvoor moet het decor worden teruggetoverd naar 1976 en mede dankzij de huidige eigenaar, Steve Jobs’ zuster Patricia, lukt dat goed – Patricia was er immers bij, in die beginjaren, en werkte samen met medeoprichter Steve Wozniak en haar broer aan de assemblage van de eerste honderd Apple 1 computers. Met behulp van enkele foto’s en haar geheugen reconstrueert Patricia voor de filmploeg de uitdragerij die de garage destijds was. Bovendien kan ze de decorbouwers verblijden met authentieke attributen, zoals met de poster die tegen de achterwand hangt: een still uit het promotiefilmpje bij Dylans “Subterranean Homesick Blues”, de iconische voorloper van de latere videoclips.

Jobs’ fanatieke liefde voor Dylan is uitgebreid gedocumenteerd en in de film uit 2015 is Dylan dan ook een leidmotief. In kleine, onopvallende details, zoals die poster tegen de achterwand, en onverbloemd, zoals in scriptdialogen en in het afspelen van “Shelter From The Storm” over de aftiteling. Op de soundtrack staat behalve Shelter ook “Rainy Day Women #12 &35”, dat regisseur Boyle tegen de verwachting in laat klinken bij Jobs’ befaamde aankondiging van de Macintosh. Onverwacht, want Jobs (fantastisch gespeeld door Michael Fassbender) opent die aankondiging met het citeren van “The Times They Are A-Changin’”, voorafgegaan door een, helaas deels weggeknipte, discussie met John Sculley (Jeff Daniels) over de betekenis van dat lied. Daarbuiten zit er nog een song verstopt; uit een radio op de achtergrond horen we “Meet Me In The Morning” komen.
De vele Dylanverwijzingen zijn in lijn met het boek waarop deze film baseert. In de biografie komen Dylan, Dylanplaten, songtitels en Dylanverwijzingen een kleine honderd keer langs. Echte Dylanliefde, zoveel is wel duidelijk, en de anekdote over Jobs’ ontmoeting met zijn held is ook leuk, maar het meest onthullende weetje staat op de laatste bladzijde van het boek, op pagina 570:

Je moet jezelf altijd blijven vernieuwen. Dylan had eeuwig protestsongs kunnen blijven zingen en dan waarschijnlijk heel veel geld kunnen verdienen, maar dat deed hij niet. Hij moest door. En toen hij dat deed, door over te stappen op elektrische muziek in 1965, vervreemdde hij veel mensen van zich. (…) Dat is wat ik altijd heb geprobeerd – in beweging blijven. Want anders gebeurt er wat Dylan zegt: if you’re not busy being born, you’re busy dying.

Het is meer dan een zakelijk motto, het is een levensmotto voor Jobs en het werpt ook extra licht op die posterkeuze - de jonge Jobs ziet dagelijks Dylans cue card met de woorden GET BORN. En de sleutelzin uit The Times is voor hem dus ook “the present now will later be the past”, blijkt uit het script van grootmeester Aaron Sorkin. Die zin betekent dat je jezelf continu, doelbewust van het verleden moet ontdoen omdat het anders eveneens je heden wordt, zegt Jobs’ mentor Sculley. Ja! Precies! Dat is precies – je bent de enige die… God… dat is wat ik bedoel! schreeuwt de enthousiaste computernerd uit.
Die wijsheid zal met ijzeren consequentie een leidraad blijven voor de rusteloze vernieuwer Jobs.

Het busy being born-citaat uit “It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)” is een van de gietijzeren, onverwoestbare versfragmenten uit een van Dylans allergrootste meesterwerken en een van de vier regels die doordringen tot de citatenbundeling Columbia Dictionary of Quotations, tussen Shakespeare, John F. Kennedy en Mark Twain. Presidentskandidaat Jimmy Carter citeert het in zijn acceptatiespeech bij de Democratische Conventie in 1976 om zijn vooruitgangsdromen en toekomstvisie te illustreren, in 2000 noemt presidentskandidaat Al Gore het zijn favoriete quote, in de eenentwintigste eeuw kapen schrijvers van managementboeken, publicerende wetenschappers, journalisten en bumperstickerproducenten de kreet. He not busy being born is busy dying is doorgedrongen tot de collectieve culturele bagage.
Misschien ontspringt de oneliner aan Blind Willie McTells “You Was Born To Die” (1933), misschien zoemt zijn eigen ’stead of learnin’ to live they are learnin’ to die (uit “Let Me Die In My Footsteps”, 1962) in zijn hoofd rond – Dylan weet zelf ook niet waarvandaan deze regel, en überhaupt het hele lied, komt. Al ten tijde van de conceptie, in 1964, vertelt hij dat zijn manier van songschrijven is veranderd, maar repeterend is het woord unconscious, onbewust, dat hij al in relatie tot vroege songs als “Girl From The North Country” gebruikt en dat hij nog tot en met Blonde On Blonde kiest als hem om reflectie wordt gevraagd. In de jaren 70 raakt hij dat talent kwijt, vertelt hij in verscheidene interviews, en moet hij aan de bak om “bewust te doen wat ik vroeger onbewust kon”.
Misschien niet zo heel uitzonderlijk. Dat Dylan een magistraal meesterwerk als “It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)” zó jong, op zijn drieëntwintigste, kan produceren, lijkt onvoorstelbaar, maar is toch wel een kenmerk van geniale kunstenaars. Goethe schrijft zijn Werther als hij vierentwintig is, Picasso is vijfentwintig als hij met Les Demoiselles d’Avignon het kubisme uitvindt, Michelangelo houwt zijn David op zijn vijfentwintigste, net zo oud als Gershwin is als hij de Rhapsody In Blue componeert, Hergé begint de Kuifje-reeks als hij tweeëntwintig is, Rimbaud is amper negentien (!) als Un Saison En Enfer wordt gepubliceerd.
Maar gevoelsmatig blijft dat gegeven verbazen en ook de oude bard zelf kijkt nog in de eenentwintigste eeuw herhaaldelijk met ontzag terug op juist dit werk van zijn jonge zelf:

Het is moeilijk om aan zo’n standaard te voldoen. Je kunt het niet overtreffen - daar gaat het niet om. Lyrisch gezien kun je daar niet overheen, nee. Ik kan dat nummer nog steeds spelen en ik weet wat het kan doen. Dat lied werd geschreven met een honger die stenen muren kan neerhalen. Dat was de motivatie.

En een maand later, in november 2004, herinnert hij ook ongevraagd, in een interview voor de Rolling Stone, aan “It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)”:

Al die vroege songs zijn op bijna magische wijze geschreven. Ah… Darkness at the break of noon, shadows even the silver spoon, a handmade blade, the child’s balloon… Probeer maar eens om zoiets te schrijven. Het heeft een bepaald soort magie, en dan bedoel ik niet van die Siegfried and Roy magie. Het is een ander soort, indringende magie. En dat heb ik geschreven. Ooit kon ik dat. 

Magisch is inderdaad wel treffend. Overdonderend, is misschien nog wel een betere kwalificatie. De zanger ratelt een ritmisch spervuur van 667 woorden op een zeer basale melodie en een schraal akkoordenschema over de luisteraar heen. De dichter beperkt zichzelf tot een loeistrak rijmschema: elk couplet is AAAAAB, de B keert terug aan het eind van de volgende twee coupletten én aan het eind van het refrein. Tussendoor strooit de rijmkoning overvloedig met duizelingwekkende alliteraties, binnenrijm en assonanties, oneliners met de kracht van een aforisme en een overvloed van wat het Nobelprijscomité jaren later zou roemen als “zijn beeldrijke denkwijze”.
Het overdonderende daarbij is dat de dichter nergens in de valkuil loze rijmelarij valt.  Ook inhoudelijk is het werk meeslepend, monumentaal, Kunst met een hoofdletter, net als bijvoorbeeld “Chimes Of Freedom” of “A Hard Rain’s A-Gonna Fall” een eclectische collage van adembenemende beelden. Maar anders dan in die werken schetsen al die beelden hier niet één, veelgelaagd panorama. “It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)” is het mozaïek van een condition humaine. De luisteraar wordt meegevoerd langs de Grote Thema’s, langs existentiële angst, eenzaamheid, religie en commercie, moraal en schijnheiligheid, de waan van de dag en alledaagse onvrijheid. Verpakt wordt dat ook nog eens in tijdloze bewoordingen en majestueuze metaforen; het lied is vijftig jaar later niet minder actueel, scherp en doeltreffend geworden.

Bizar genoeg lijkt Dylan aanvankelijk niet echt door te hebben dat hij weer een song uit de buitencategorie te pakken heeft. Het lied staat er vrijwel in een keer op; op The Cutting Edge staat een korte, afgebroken take (we horen producer Tom Wilson na het eerste couplet, na vijfentwintig seconden, de opname afbreken omdat Dylan kennelijk te dicht op de microfoon staat). Die eerste aanloop wordt al weinig liefdevol ingezet. Tom Wilson kondigt “Gates Of Eden” aan, maar Dylan protesteert: I wanna do this other one first. Het intro is veel korter dan in de volgende, definitieve take en lijkt op “Blowin’ In The Wind”. Als hij dan wordt afgebroken lijkt de zanger alle lust te vergaan: I really don’t feel like doing the song and I have to do it, though. It’s such a long song. Wilson lacht. “Suit yourself, I’m with you – wat jij wil, ik sta achter je.”
Maar hij doet het dan toch maar wel. Gelukkig.

Was Bob Dylan the original hippy - de reactie van Frans

Mooie bijdrage van Hans, vooral het contrast tussen het collectivisme (commune!?) van de hippies en het individualisme van the Beats en Dylan. Ik heb de jaren 60 niet meegemaakt, maar ik herinner me een paar gesprekken met iemand die er wel bij was. Een van de dingen die hij zei, was dat ze destijds vonden dat Blowing In the Wind ging over blowen, waarop ik zei dat die woordspeling voor zover ik weet niet in het Engels bestaat. Maar het zegt wel iets over hoe iedereen aan Dylan's ideeën z'n eigen draai kan geven. Vind jij  het een hippielied, nou ja, dan is het een hippielied.
Ik zag ooit een aflevering van 3 op reis waarin de presentator (Dennis Storm volgens mij) Woodstock bezocht en vertelde dat het festival daar georganiseerd was om Dylan uit z'n tent (Big Pink) te lokken, maar dat hij niet kwam omdat hij een hekel had aan hippies!
Hoe hoog het waarheidsgehalte van dit verhaal is weet ik niet, maar ik geloof dat het er zo langzamerhand op begint te lijken dat we de vraag of Dylan de "original hippy" was met nee kunnen beantwoorden. Maar wie was dat dan wel?

Where's My Welly?



Bovenstaande is te vinden in het boek Where's My Welly? The World's Greatest Music Festival Challenge van Matt Everitt en Jim Stolen. Zoek Dylan...
Bob Dylan is nog een twee keer in dit boek te vinden.

Was Bob Dylan the original hippy? - het antwoord van Hans

In "aantekening #6705" schreef ik: "Was Bob Dylan the original hippy zoals Hunter S. Thompson schrijft?" Hieronder het antwoord van Hans

Beste Tom

Zoals het mooi sobere omslag van je nieuw te verschijnen boek al aanduidt, Dylan heeft iets met The Beats te maken, de woordenvloed van de zwerver Kerouac, het scherp experimentele van Burroughs, en in mindere mate het zangerige van Ginsberg heeft zijn sporen in hem nagelaten, de laatste huilde niet voor niets toen hij Hard Rain hoorde waarin deze de ultieme fusie herkende tussen literatuur en muziek, iets waar de Beats altijd al naar zochten. Maar Dylan the original Hippy? Toegegeven, de flower power beweging is net als Dylan schatplichtig aan The Beats, het op reis gaan, de Oosterse, religieuze invloeden, vrijheidszin, non conformisme, vredeszin. Maar Hippies waren ook erg gericht op het collectief, en hun ongebreidelde geloof in de liefde vindt wel zijn oorsprong in de zoektocht daarnaar van bijvoorbeeld Ginsberg en ook wel Kerouac, maar heeft niets meer van het cynisme, de ontgoocheling, die Kerouac ten toon kon spreiden en door Burroughs op de spits werd gedreven, terwijl deze beide voortrekkers, en ook velen in hun gevolg, bovendien uitgesproken individualisten waren. Dylan moest evenmin iets hebben van groepjesgeest, en zijn liefdesliederen zitten voller met put downs en aanklachten en zelfkritiek dan roze hartjes. Wel bevond Dylan zich duidelijk op de grens tussen The Beats en de hippies, kondigde hij hun komst aan, daarmee zou je hem The Original kunnen noemen. Ginsberg werd in feite volledig hippie onder zijn invloed, misschien wel de meest totale. Dylan zelf ondervond enkel veel last van wat hij had gezaaid met zijn liederen tot en met Mister Tambourine Man. Zijn Desolation Row, It's Allright Ma (I'm only Bleeding), Gates of Eden en Like a Rolling Stone, konden de trippende meute niet meer tegenhouden om hem tot God te kronen, terwijl die liederen toch echt de geest van de hippie beweging loochenen, veroordelen zelfs. Nee, in hun roes, voelden ze zich thuis in het schimmige Visions of Johanna, en Tom Thumbs Blues en Stuck Inside of Mobile with the Memphis Blues Again begeleidde aangenaam hun come downs na de pillen en het gesnuif, ach ja en op paddestoelen of LSD vergat je de melancholie van Sad Eyed Lady of the Lowlands, kickte je alleen op de gave beelden. Kwam nog bij dat de terug naar de natuur beweging van de hippies lijfliederen vond  in John Wesley Harding en The Basement Tapes, twee 'albums' die hij maakte juist als kluizenaar, om zich af te sluiten van die zogenaamde peace & love fanaten. Wat wel een voetnoot verdient is dat Desire en The Rolling Thunder Revue toch wel de meest overweldigende uitdrukking werden van de hippie cultus, vreemd genoeg. Ergens zou je kunnen beweren dat in die magische periode van 75, vlak voor punk ons horendol en doof maakte, Dylan, in zijn speuren naar zijn dichtersziel, voor een keer zich helemaal onderdompelde in het gewoel van de beesten die hijzelf ooit uit de dierentuin had bevrijd, in de hoop misschien toch weer iets van het zuivere te vinden dat The Beats nastreefden, om de doem af te wenden die hij zag naderen. De rest is geschiedenis...
The original Hippy, and the first to step out of it yeah...
Maar het meest toch... The Cool Beatnik pur sang, wat dan weer een contradictio in terminus is, maar ja, tegenstelling, dat is het terrein van Dylan bij uitstek (niet samenscholen), daar wordt de huls van de werkelijkheid opengebroken weet ik uit eigen ervaring, heel mijn schrijversziel is op die tegenstelling gericht... met dank aan The Bard

groet hans altena

Bob Dylan in The New York Public Library

op 21 januari plaatste ik op de blog een link naar een webpagina over een tentoonstelling in The New York Public Library. Ik schreef toen: "De New York Public Library, zo las ik vrijdag, is in het bezit van 'an original typescript' van Dylans 'Changing Of The Guards'.  Dit Dylan-kleinood wordt sinds vandaag samen met manuscripten van Allen Ginsberg, Jack Kerouac en William Burroughs onder de titel You Say You Want A Revolution – Remembering the Sixties tentoongesteld."
Peter is naar die tentoonstelling geweest, hij plaatste foto's op Facebook.
Hij is zo vriendelijk geweest mij toestemming te geven om die foto's ook hier te plaatsen.





[met dank aan Peter voor de foto's en Simon voor de tip]

Dylan & de Beats (bijna)



Op 13 april schreef ik op deze blog vol optimisme: "Het boek Dylan & de Beats is bijna klaar. Nog een maand schat ik (al moet ik toegeven dat ik erg slecht in schatten ben...)"
Het blijkt dat ik inderdaad slecht in schatten ben. Er is een maand verstreken en Dylan & de Beats ligt nog niet in de winkels. Er moet nog wel het een en ander gebeuren voor het zover is.
Ik durf het bijna niet te zeggen, maar nog een paar weken wachten...

Voor de puzzelaars


VPRO Gids nr. 19
[met dank aan Hilda]

aantekening #6705

Mocht je ooit in Antwerpen zijn, dan is het wel aardig om het Hard Rock Café (Groenplaats 35) - of liever de shop naast het café - binnen te lopen. Bij de ingang hangen een aantal gesigneerde albumhoezen in lijsten, waaronder Bob Dylans Slow Train Coming.
Een iets minder handige zet van de uitbater van het Hard Rock Café in Antwerpen is de keuze om de ingelijste hoezen in het zonnetje te hangen. De hoezen - en vooral sommige handtekeningen -  zijn al behoorlijk aan het verbleken.

~ * ~ * ~ * ~ * ~

Aflevering 163 van het literaire tijdschrift Deus Ex Machina heeft - met dank aan de Nobelprijs voor de literatuur die Bob Dylan ontving - het thema Songwriting. Het tijdschrift bevat het aardige essay "Look what they've done to my song, ma: Bob Dylans kunst versus classificatie" van Remo Verdickt. Met name Verdickts interpretatie van "As I Went Out One Morning" maakt dit (korte) essay zeer lezenswaardig.

~ * ~ * ~ * ~ * ~

Bob Dylan was the original hippy, and anyone curious about the style and tone of the "younger generation's" thinking in the early 1960s has only to play his albums in chronological order.

Hunter S. Thompson - Fear And Loathing In America

~ * ~ * ~ * ~ * ~

Eerder plaatste ik hier een citaat uit Ik, J. Kessels van P.F. Thomése. Ik heb het boek inmiddels helemaal gelezen. Bob Dylan komt nog vier keer in dit boek voorbij. Ook in de eerdere J. Kessels-romans van Thomése - J. Kessels; the novel en Het bamischandaal is Bob Dylan te vinden.
De cd die P.F. Thomése in zijn hand heeft op de foto die afgedrukt is in Ik, J. Kessels is natuurlijk het album Somebody Elses Troubles van Steve Goodman. Onder het pseudoniem Robert Milkwood Thomas speelt Bob Dylan piano op het titelnummer en zingt hij op dit nummer.
Het door Bob Dylan gekozen pseudoniem voor dit album is natuurlijk - met een vette knipoog -  een verwijzing naar Dylan Thomas, auteur van Under Milk Wood.

~ * ~ * ~ * ~ * ~

Was Bob Dylan the original hippy zoals Hunter S. Thompson schrijft? Antwoorden kunnen naar twillems87[at]gmail.com. Zet er even bij of eventuele publicatie op deze blog gewenst is.

Humo, 8 mei


[met dank aan Tommy]

Ssssst

"Goedemorgen, heb je al plannen?"
"Muziek luisteren, te beginnen met Infidels."
"Goed plan. Kan ik meeluisteren?"
"Moet je wel stil zijn."
"Tuurlijk, dat spreekt toch voor zich."

Standing on the waters...

"Mooi dit. Heb ik je al eens verteld over die keer..."
"JIJ ZOU STIL ZIJN!"
"Hoef je niet zo te schreeuwen... Wie is er nou niet stil..."

Ik, J. Kessels

"'Oh mama, can this réééally be the èèènd?' vraagt Jerry Jeffs collega Bob Dylan zich off key af in zijn beroemde nummer over Mobile."
P.F. Thomése - Ik, J. Kessels
(Op de foto achterin dit boek heeft de auteur een cd waarop Bob Dylan te horen is in zijn hand, maar dit terzijde)

aantekening #6699

Na in alle vroegte een bezoek te hebben gebracht aan de comic-winkel - het is Free Comic Book Day - en zoonlief van een logeerpartij te hebben opgehaald terwijl iedere minuut in de auto aangenamer werd door de klanken van Blood On The Tracks ben ik op de bank gaan liggen om naar The Other Side Of The Mirror; Bob Dylan Live At The Newport Folk Festival 1963 - 1965 te kijken.
The Other Side Of The Mirror verscheen in 2007. In het jaar na verschijning heb ik die film een aantal malen bekeken, daarna eigenlijk nauwelijks meer. Ik dacht die film wel in mijn hoofd te hebben zitten, niet dus, zo bleek net tijdens het kijken.
Binnenkort laat ik een tegeltje voor boven de kast met Dylan beschilderen:

Het voordeel van een slecht geheugen is dat je kunt blijven genieten van je boeken, platen en films.

Goed, ik keek dus naar The Other Side Of The Mirror. In mijn kop zit het 'weetje' dat tijdens Dylans optreden op Newport in 1965 Al Kooper orgel speelde, maar in de eerste paar seconden van "Like A Rolling Stone" in The Other Side Of The Mirror is toch duidelijk te zien dat Al Kooper niet achter het orgel zit, maar basgitaar speelt. (zie hier)

~ * ~ * ~ * ~ * ~

Een non-Dylanalbum dat toch bij veel Dylanliefhebbers in kast zal staan is So Many Roads van John Hammond Jr.
In de loop der jaren lezen over Dylan ben ik twee geruchten over dit album tegengekomen:

1. Bob Dylan speelt mee op dit album, al wordt hij niet op de hoes genoemd;
2. Bob Dylan speelt niet mee op dit album, maar hij was wel bij de opnamesessies aanwezig.

So Many Roads verscheen in 1965, op dit album spelen drie leden van de latere The Band mee, namelijk Robbie Robertson, Levon Helm en Garth Hudson, plus Michael Bloomfield, de gitarist die ook op Dylans album Highway 61 Revisited te horen is (en natuurlijk op het Newport Folk Festival van 1965, zie hierboven.) 
De roddels zijn niet uit de lucht komen vallen.

So Many Roads is een goed album, maar heeft het nog iets met Bob Dylan te maken? Dat ligt er natuurlijk aan of je de roddels wilt geloven. 
Er is meer. Zo schrijft Peter Stone Brown over dit album: "For those interested in finding the roots of Bob Dylan's onstage sound while performing with The Hawks in 1965 and 1966, So Many Roads is the key." (zie hier)
Hoewel ik snap wat Peter Stone Brown bedoelt, ben ik het niet met hem eens. Dat neemt niet weg dat So Many Roads een heerlijk album is, zeker als het zonnetje schijnt. Biertje erbij.

~ * ~ * ~ * ~ * ~

The fifth day of May

Peter Case

Please Mrs. Henry (1967) - door Jochen

Please Mrs. Henry (1967)

Emeritus hoogleraar Ira Martin Gessel (1951) is een gerespecteerd mathematicus, gespecialiseerd in combinatoriek en computerwetenschappen en een van de grondleggers van de baanbrekende en onbegrijpelijke quasisymmetrische functies. De eerste keer dat Gessel de kranten haalt heeft echter niets met wiskunde te maken. In 1970 richt de dan negentienjarige Ira CEPTIA op, het Committee to End Pay Toilets In America. Hij schuwt de grote woorden niet: “Zolang de natuurlijke lichaamsfuncties van een man of vrouw worden beperkt omdat hij of zij geen kleingeld bij zich heeft, is er geen echte vrijheid.”
Het is een bijzonder succesvolle grassroots-beweging, een activistisch burgerinitiatief, zoals er in die jaren wel meer bloeien. Vaak zijn die initiatieven ludiek en kortlevend, maar CEPTIA raakt een snaar. Het comité vergaart 1800 betalende leden (lidmaatschap kost 25 cent), brengt met regelmaat de nieuwsbrief Free Toilet Paper uit en sponsort de Thomas Crapper Memorial Award die wordt uitgereikt aan ‘de persoon die zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor de zaak van CEPTIA en gratis toiletten’. Drie jaar na de oprichting is het eerste grote bastion geslecht als het stadsbestuur van Chicago een verbod op betaaltoiletten afkondigt. New York, California en Ohio volgen en in juni 1976, als inmiddels twaalf staten een verbod hebben ingesteld, vindt het Committee dat zijn doel is bereikt en heft het zichzelf op. En inderdaad: tegen het eind van het decennium zijn de ruim vijftigduizend pay toilets vrijwel verdwenen uit de Verenigde Staten.

In 1967 kan de hoge nood buitenshuis alleen op fatsoenlijke wijze worden verlicht als je een dime, een dubbeltje op zak hebt en daarmee zijn we bij het leed van de verteller in “Please Mrs. Henry”:

Ik begin al te druppelen
Mijn stoelgang kraakt
Als ik nu verder loop
Gaat mijn kraantje lekken
Ik smeek u, Mrs. Henry
Ik lig op m’n knieën
En ik heb geen dubbeltje

Poep en pies, kortom. Keurige wetenschappers en nette onderzoekers noemen dat scatologisch of, nog mooier, koprolalisch en de grootste kunstenaars bezondigen zich eraan. Mozart is berucht. Sommige van zijn brieven staan dermate vol met ongecontroleerde vunspraat en boertige obsceniteiten, dat gegeneerde en gedistingeerde fans postuum dan maar het Gilles de la Tourette syndroom hebben gediagnosticeerd bij het Oostenrijkse genie. Zo onverdraaglijk is de gedachte dat een bewonderd genie zich willens en wetens tot dergelijke platvloersheden zou kunnen verlagen. Margaret Thatcher, bijvoorbeeld, verdraagt het niet, als ze door een bezoek aan Peter Shaffers Amadeus met die infantiele kant van Mozart wordt geconfronteerd. Regisseur Peter Hall wordt na afloop van het stuk ernstig berispt door de Iron Lady, die bepaald not amused is en Hall kortaf uitlegt dat Mozart ‘çould not have said that.’ Het leidt tot een Amadeuswaardige scène. Hall probeert te zeggen dat een en ander heus historisch correct is, onder andere gebaseerd op citaten uit Mozarts brieven, waarop Thatcher wel een weerwoord heeft: “Ik geloof dat u niet heeft gehoord wat ik zei. Hij kan dat niet hebben gezegd.”
De regisseur laat de volgende dag een exemplaar van Mozarts Verzamelde Brieven op 10 Downing Street bezorgen, wordt daarvoor ook hoffelijk bedankt door de private secretary, “maar het was zinloos; de Prime Minister had gezegd dat ik ongelijk had, dus ik had ongelijk.”
Het is voorstelbaar dat Peter Hall de sterke behoefte heeft gevoeld om Mozart KV 231 te laten opvoeren op de stoep van 10 Downing Street:

Leck mich im Arsch g'schwindi, g'schwindi!
Leck im Arsch mich g'schwindi.
Leck mich, leck mich,
g'schwindi

Thatchers onbehagen is vergelijkbaar met het gedraai van sommige Dylanologen en de wat preutsere exegeten. Blogger Tony Ling vindt het een hilarisch dronkemanslied van een zatlap die ‘God mag weten wat’ wil van zijn hospita, een misnoegde Tony Attwood hoort ‘zaken die we niet hoeven te weten’ en serveert het lied met enig dedain af en zelfs Greil Marcus besteedt in zijn zaligverklaring van de Basement Tapes, in Invisible Republic (1997) liever geen aandacht aan het lied en noemt de titel slechts zijdelings, als voorbeeld van de ‘random, often obscene humor’ waaraan Dylan en The Band zich óók schuldig maakten, daar in die kelder. Rolling Stone’s Jann Wenner maakt zich weer eens belachelijk door autobiografische diepgang te veronderstellen (‘het lied maakt duidelijk waarheen Dylan koerst omdat het over een man gaat die moeilijke tijden heeft gekend en nu hulp nodig heeft’). Sid Griffin weet niets met de liedtekst te beginnen, getuige de armzalige 125 woorden die hij aan een ‘interpretatie’ waagt, waarin hij dan ook nog drie keer het woord perhaps (misschien) en een keer might (zou kunnen) gebruikt, en ook intelligente publicisten als Oliver Trager (Keys To The Rain, 2004), Nigel Williamson (The Rough Guide, 2004) en Andy Gill (Don’t Think Twice, 1998) komen niet veel verder dan de observatie dat het een tamelijk nonsensicaal drinkemanslied is, en dat Mrs. Henry wel de barmeid zal zijn.

Dat nonsensicale klopt zonder meer. Hele passages zijn niets meer dan uitgelaten taalplezier, zoals die opsomming van als-vergelijkingen:

Ik kan drinken als een vis
Ik kan kruipen als een slang
Ik kan bijten als een kalkoen
Ik kan toeslaan als een woerd

Om nog maar te zwijgen van psychedelische kolder van tekstfragmenten als ‘Ik ben een gulle bom’ en ‘Ik heb teveel eieren gesnoven’. Een echo van die gesnoven eieren lijkt neer te dalen in Lennons klassieker “I Am The Walrus” (‘I am the eggman, they are the eggmen’).De lijntjes tussen Dylan en The Beatles waren in die zomer van ’67 niet meer zo heel kort (de eerste versie van “I Am The Walrus” is in september opgenomen), maar we weten wel dat The Beatles al vroeg kopieën van de Basement Tapes hadden en we horen George Harrison “Please Mrs. Henry” spelen tijdens de Let It Be-sessies. In het Playboyinterview in 1980 kijkt Lennon vrij uitgebreid terug op “I Am The Walrus” en komt Dylans invloed erop ter sprake:

Dylan kort #1294

"Nieuws: Nobelprijswinnaars houden van whisky, Bob Dylan is de eerste die ook whiskey máákt", zie hier. [met dank aan Herman]
Foto 1980 door Arthur Rosato, zie hier.
Too Much Of Nothing, een nieuw boek van Derek Barker verschijnt half juni, zie hier.
Veiling: Over de veiling van de Fender-gitaar waar Dylan op gespeeld zou hebben, zie hier.

nabrander

Beste B.,

Een paar dagen geleden belde je mij wakker omdat een titel van een gedicht van William Blake uit diens boek Songs Of Innocence And Of Experience weliswaar lijkt op een regel uit Bob Dylans "Visions Of Johanna", maar er alleen sprake is van toeval, geen inspiratie of citaat.
Twee dingen:

1. Je moet Songs Of Innocence And Of Experience beter lezen. Niet alleen staat in dit boek "The Tyger", het gedicht waar Bob Dylan uit citeert in "Roll On John", ook bevat het gedicht "A Dream" in deze bundel de woorden "the watchman of the night" wat sterk doet denken aan de regels

We can hear the night watchman click his flashlight
Ask himself if it’s him or them that’s really insane

uit - wederom - Dylans "Visions Of Johanna".

2. Hoezeer ik je telefoontjes ook waardeer, wil je nooit, maar dan ook echt nooit meer zo vroeg bellen als je een paar dagen geleden deed. Ook niet voor belangrijke Dylan-zaken.

groet,

Tom

trrrrring

"... hallo?"
"Ja, hallo. Met mij. Was je al wakker?"
"Nu wel."
"Ik weet dat het vroeg is, maar luister. Je kent wel die regel over 'little boy lost' in 'Visions Of Johanna', toch?"
"Ja..."
"William Blake heeft een gedicht geschreven dat heet 'The Little Boy lost'."
"Dus dáár vond Dy..."
"Het staat in Songs Of Innocence And Of Experience en het heeft niets, maar dan ook echt helemaal niets te maken met die regels in 'Visions Of Johanna'!"
"..."
"Echt niets! Het lijkt er niet eens op!"
"En daar bel je mij voor wakker?"
"Ge-wel-dig toch!"
"..."
"Hallo? Ben je er nog?"
tuut-tuut-tuut

Dylan kort #1293

Bootleg Series vol. 14: Volgens een bericht op het forum van Expecting Rain verschijnt in november de documentaire over The Rolling Thunder Revue van Martin Scorcese en het veertiende deel van The Bootleg Series rond Blood On The Tracks en The Rolling Thunder Revue. Zie hier.
Bibliotheca Dylania: onder deze titel wordt op boekwinkeltjes een privécollectie Dylan-boeken verkocht, zie hier.
Whiskey: Het zal niemand ontgaan zijn, Bob Dylan lanceert zijn eigen whiskey, zie onder andere hier, hier, hier.
In het verlengde van bovenstaande: "Vijf producten die Bob Dylan u al probeerde aan te smeren", zie hier.
Kleinzoon Pablo Dylan speelt nu folk rock, zie hier.

trrrring

"Hallo?"
"Goedemorgen, met mij. Ik weet dat 't nog vroeg is, maar ik kon niet meer slapen."
"Ik nog wel..."
"Ben je nog in Ulft geweest?"
"Ja."
"En?"
"Was leuk. Veel nieuwe en oude gezichten. Veel staan praten en daardoor eigenlijk weinig van het programma gezien en gehoord."
"Dus je hebt alleen maar staan kleppen..."
"Bijna wel ja."
"Maar dat is toch zonde?"
"Wel nee joh, ik heb me uitstekend vermaakt."
"Wat anders: heb je het nieuws van vanochtend al gezien?"
"Aangezien je mij wakker belt, nee..."
"Bob Dylan zit in de zit in de whiskey."
"Wat zeg je nou?"
"Bob Dylan zit in de whiskey. Hij heeft een eigen whiskey, die komt volgende maand op de markt. Heaven's Door heet dat whiskey-merk."
"Beetje zwakke naam, vind je niet?"
"Ik vind 'm ook niet sterk, maar je moet even met je luie reet uit bed komen en het internet op gaan. Die flessen waar die whiskey in zit zijn wel mooi, moet ik zeggen. Je herkent er Dylans smeedwerk in. Erg geslaagd."
"Ik zal zo gelijk even kijken."
"Het is bijna jammer dat ik niet meer drink, zo mooi zijn die fessen."
"Ik ga even kijken. Ik spreek je later."
"Ja. Denk maar vast na over hoeveel flessen je gaat bestellen."
"Eerst kijken..."
"Misschien kunnen we samen... Hallo?"
"..."
"Ben je er nog?"
tuut tuut tuut


Voor de Bob Dylan Special in Ulft stelde ik het boek De Dylan-rammel en andere stukken samen. Zeven stukken uit tien jaar schrijven over Bob Dylan heb ik verzameld in het boek De Dylan-rammel en andere stukken. Vijf van de stukken in De Dylan-rammel werden niet eerder gepubliceerd.
Dit boek zal niet verkrijgbaar zijn via de gewone boekhandel, maar alleen via Bob Dylan in (het) Nederland(s). Het boek kost €15,- exclusief verzendkosten.
Interesse? Stuur een e-mail naar twillems87[at]gmail.com

Van de achterflap van het boek:
In De Dylan-rammel en andere stukken verzamelt Tom Willems zeven stukken uit een periode van tien jaar schrijven over Bob Dylan. De Dylan-rammel bevat onder andere een uitvoerig, licht experimenteel stuk over Blonde On Blonde (1966), misschien wel Bob Dylans bekendste album, het poëtische "Woensdag in Düsseldorf" en het titelstuk waarin Willems op zoek gaat naar de aantrekkingskracht van Bob Dylans muziek: de Dylan-rammel.


Meer over Heaven's Door whiskey is te vinden op Bob Dylans website (zie hier), op de website van Heaven's Door (zie hier) en op verschillende andere websites waaronder de site van The New York Times (zie hier).

Bob Dylan in Verona - door Frans

Een paar jaar geleden kweekte ik wat onbegrip op deze blog door te zeggen dat ik geen zin had om naar Bob Dylan in Carré te gaan vanwege het hoge covergehalte. De reactie van Tom was: daar krijg je spijt van. Dat is in zoverre waar dat ik het jammer vind dat ik Dylan niet in een mooie historische locatie heb gezien. Dus toen ik zag dat hij in de Arena van Verona zou spelen, greep ik mijn kans. Dylan in een Romeins amfitheater, historischer dan dat wordt het niet. Vroeger sloegen hier mannen met zwaarden mekaar de hersens in, tegenwoordig kiezen we voor een vreedzamer vorm van vermaak.
Er hing een prettig ontspannen sfeertje in de Arena, die goed gevuld, maar niet helemaal uitverkocht was. Een leuke Braziliaanse vroeg of ik een foto van haar wilde maken en maakte er in ruil daarvoor één van mij, waar ik probeer een Dylan-pose aan te nemen... Ach ja...  voorpret...
Terwijl de Arena nog vol aan het lopen was, begon Stu een introotje te spelen op de akoestische gitaar, waarschijnlijk om iedereen duidelijk te maken dat het tijd werd om je plaats op te gaan zoeken, we gaan beginnen!
Things Have Changed, de band in witte pakken, Bob weinig meer dan een krullenbol die boven de piano uitsteekt, maar wat swingt dit! Ik kon niet stil blijven zitten! Wat volgt is een heerlijk concert op een heerlijke lentenacht, hoogtepunten waren voor mij als bluesman Duquesne Wistle, Honest With Me, Early Roman Kings met gitaarsolo van Charlie, Thunder On the Mountain met drumsolo van George (kreeg ie flink applaus voor) en Tangled Up In Blue. Wel jammer dat Dylan geen harmonica meer speelt...
Zelfs de covers waren zeer te genieten, niet alleen omdat Bob eindelijk achter z'n piano vandaan kwam, maar ook omdat hij echt mooi zong. Een Nederlandse die ik voor het concert ontmoette, vertelde dat Italianen die Sinatra songs juist prachtig vinden en Autumn Leaves kreeg inderdaad een luid applaus.
Tot slot natuurlijk de bekende toegiften en een juichende Arena.
Al met al ben ik blij dat ik gegaan ben en Verona is een mooie stad.




aantekening #6691

Het is Koningsdag en dus ging ik vanochtend vol hoop op een opmerkelijke Dylan-vondst, maar met de vrees dat 't 'm niet gaat worden een van de vele kleedjesmarkten op.
Ik ben Bob Dylan tegen gekomen, maar het was niet opmerkelijk. Een Greatest Hits zoals ik 'm al vaak ben tegen gekomen. Ik hoop dat iemand anders 'm gekocht heeft en nu luistert. Ik hoop dat hij / zij al luisterend overdonderd wordt en dagdroomt van het horen van meer van Dylan.

Ik heb dus niks van Bob Dylan gekocht. Wat ik wel heb gekocht is een stapeltje muziektijdschriften. In die tijdschriften vond ik de nodige artikelen over Bob Dylan. Leuk, maar ik ben niet achter de computer gaan zitten om daar over te schrijven.
Waar dan wel over? Nou, over het bladeren in die tijdschriften.
Tijdens het bladeren kwam ik een afbeelding van een album van jazzmuzikant Lou Donaldson tegen. Zo nu en dan luister ik naar de muziek van Lou Donaldson, vooral de albums Blues Walk en The Natural Soul. Het in het tijdschrift afgebeelde album kende ik niet. Het heet Blowing In The Wind. Het album verscheen in 1966 en bevat Donaldsons versie van Dylans "Blowin' In The Wind". Het zou logisch zijn dat ik dit album - nu ik weet heb van het bestaan er van - wil horen. Maar ik twijfel of ik dit wel wil. Lou Donaldson is een uitstekend muzikant, "Blowin' In The Wind" is een schitterend nummer en toch vrees ik dat de combinatie gaat tegenvallen.
Ik moet hier nog eens goed over nadenken voor ik beslis of ik dit album al dan niet wil horen.

In een ander tijdschrift kwam ik nog iets aardigs tegen. Er is een band die heet Mrs. Henry. Bij het zien van die bandnaam moest ik gelijk denken aan het Dylan-nummer "Please, Mrs. Henry". En omdat ik die associatie had las ik de recensie van de albums Mrs. Henry vol. I en Mrs. Henry vol. II in het tijdschrift. In die recensie las ik dat Mrs. Henry de Dylan-nummers "Positively 4th Street" en "The Man In Me" heeft opgenomen.
Dat maakte nieuwsgierig en dus surfte ik naar de website van Mrs. Henry. Op die site zijn wat fragmenten van de nummers van de genoemde albums te beluisteren en zie ik dat de band iets doet / heeft met The Last Waltz, het afscheidsconcert van The Band waar Bob Dylan ook bij was. 
[De website van Mrs. Henry vind je hier. Op Spotify zijn nummers van de genoemde albums geheel te beluisteren]

~ * ~ * ~ * ~

Record Store Day ligt al weer bijna een week achter ons en ik moet bekennen dat ik nog niks gehoord heb van de toen gekochte platen. Ik heb er simpelweg de rust nog niet voor gevonden. Misschien vanavond, of morgenochtend.


Zal Universal Love, het album dat op RSD voor het eerst te koop was, maar best lastig te vinden bleek, ook een 'gewone' release krijgen op cd en elpee?
Jawel toch?

~ * ~ * ~ * ~

Is er iemand bekend met de acht cd's tellende box Broadcast Collection '77 - '93 van Tom Petty? Afgaande op de tracklist bevat cd 4 in deze boxset opnamen met Bob Dylan. Wat ik graag zou willen weten is om welke opnamen met Bob Dylan (datum) het gaat.
Hetzelfde geldt voor de 5 cd's tellende box Live Radio Broadcast Commemorative Edition van Tom Petty en de elpee Broadcast Rarities. (Of gaat het bij deze laatste twee helemaal niet om opnamen met Bob Dylan, maar om door Petty gespeelde covers van nummers van Bob Dylan?)

~ * ~ * ~ * ~

In november verschijnt Iron Curtain Journals: January-May 1965 van Allen Ginsberg. Wat dit boek voor de Dylan-liefhebber interessant maakt is dat Allen Ginsberg in mei 1965 Tjechoslowakije werd uitgezet en naar Londen vloog om daar Bob Dylan tegen het lijf te lopen (zie de film Dont Look Back). De vraag is of de dagboeken van Ginsberg zoals die in november verschijnen al dan niet ook Ginsbergs periode in Londen in mei 1965 bevatten. (De aankondiging van dit boek staat hier) De boekbeschrijving die hier te lezen is doet vermoeden dat Ginsbergs periode in London wel degelijk in Iron Curtain Journals: January-May 1965 te vinden is.
Allen Ginsberg is te zien in de openingsscène van de Dylan-film Dont Look Back. [Dont Look Back is morgenavond op een groot scherm in DRU Cultuurfabriek in Ulft te zien, zie kolom rechts]
Die scène werd kort na Ginsbergs aankomst in Londen, in mei 1965 gefilmd.





Iron Curtain Journals: January-May 1965 is de eerste van drie boeken met dagboekaantekeningen van Allen Ginsberg die verschijnen. Voor de Dylan-liefhebber kan ook het derde deel interessant zijn: The Fall of America Journals (verschijnt 2021). The Fall Of America is een dichtbundel van Allen Ginsberg met spontaan ontstane gedichten die hij al pratende componeerde met behulp van een van Bob Dylan gekregen bandrecorder.
Deze bandrecorder werd door Allen Ginsberg ook gebruikt voor het opnemen van Bob Dylans concerten op 11 en 12 december 1965.

[Meer over Allen Ginsbergs periode in Londen in mei 1965 en de met die bewuste bandrecorder opgenomen Dylan-concerten in het binnenkort te verschijnen boek Dylan & de Beats.]

Allen Ginsberg tijdens een interview in 1976 met Barry Farber: "Yeah, that [het boek Blues, Rags, Ballads and Harmonium Songs 1971-1974] just came out this month. I’ve been working on the music. Actually, my teacher, to some extent, has been [Bob] Dylan, [he] taught me chord-changes for the blues. So I’ve been writing, like, Buddhist pop songs, like I sang before and trying to get into music and singing blues. So this is a result of that. There’s about thirty-five songs, which I hope I’ll be recording sooner or later."

(Zie hier.)

Play Fucking Loud!

Net luisterde ik naar "It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry", de versie met het Wynton Marsalis Septet van het onlangs verschenen album United We Swing. Mooi gezongen, voortreffelijk harmonicaspel van mister D. Oké, het harmonicaspel is eenvoudig, maar soms doet eenvoud de truc.
Dit moet hard gespeeld worden. Ik denk vanavond aan Griet Op de Beeck (hoewel ik nog nooit iets van haar gelezen heb): Play Fucking Loud! (zie "Dylan kort #1292")
Dylan is uit zijn comfort zone in deze "It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry" en in plaats van dat het hem tegenwerkt, werkt het eens voor hem. Het klinkt alsof hij op zijn tenen moet staan om dit te kunnen doen. Dat maakt het misschien wel zo mooi.
Dylan uit zijn comfort zone werkt zeker niet altijd, maar er zijn gelegenheden geweest waarbij het juist wel werkte, waarbij het ongemak, het onbekende nou net even dat extraatje aan de muziek mee gaf. De eerste twee die in mij opkomen zijn "The Times" in het Witte Huis van een paar jaar geleden en The Great Music Experience - Bob Dylan met orkest - in 1994. Beide mooi, maar niet wat ik vanavond nodig heb.

Na nog even rammelen aan het geheugen schiet me nog een derde uit de comfort zone-song te binnen: "Do Re Mi" van het album The People Speak. Bob Dylan samen met Ry Cooder (gitaar) en Van Dyke Parks (piano). Naar deze "Do Re Mi" luisteren is al een aangename manier om even de tijd te vergeten, naar de video kijken is misschien nog aangenamer. Let vooral even op het begin, het moment waar Bob Dylan nog even aan Van Dyke Parks uitlegt hoe de pianopartij gespeeld moet worden. Het is een kleinigheid, maar wel mooi.
Enfin, aan het eind van de dag gaat het toch om de muziek. Luisteren dus.
De drie mannen maken er een ogenschijnlijk los-vast-rommeltje van, maar het werkt. Het valt allemaal op een vreemde, maar aangename manier prima samen: de ploink-ploink-piano van Van Dyke Parks en de twee gitaren van Cooder en Dylan. Logica dicteert dat de gitaarsolo's voor Ry Cooder zijn... Maar er is weinig solo en als er al iets is wat op een solo lijkt dan is het Dylan die het speelt. En dan is er nog die stem, die schitterende stem.
Die stem valt naar mate het nummer verder gaat steeds meer samen met de pianopartij die in eerste instantie rudimentair leek te zijn, maar voor de goede luisteraar het platform voor Dylans stem is.
Luisterend naar "Do R Mi" kan ik alleen maar concluderen dat het jammer is dat deze drie mannen niet meer samen hebben gedaan.
Maar dan, als ze meer samen hadden gedaan, was er dan nog sprake van het verlaten van de comfort zone om die schitterende botsingen van het onverwachte te krijgen?
Nee.
En daarom is het belangrijk, draai deze "Do Re Mi" en doe het Fucking Loud!


Dylan kort #1292

Rolling Stone: recensie van Things Have Changed van Bettye LaVette, zie hier. [met dank aan Bart]
RSD: Wat kocht jij? Hilda kocht Dylan, zie hier.
De titel van de Frank Kellendonklezing van Griet Op de Beeck was: Play Fucking Loud! (Goede titel!), zie hier.

Tell Me That It Isn’t True (1969) - door Jochen

Tell Me That It Isn’t True (1969)

“I Heard It Through The Grapevine” is het eerste lied van het legendarische Motown-duo Barrett Strong en Norman Whitfield en het wordt meteen ook een onverwoestbare klassieker. Geen toevalstreffer; er volgen nog tientallen songs en daaronder bevinden zich behoorlijk wat monsterhits en meesterwerkjes. “Papa Was A Rolling Stone”, “War (What Is It Good For)”, “Just My Imagination”, “Wherever I Lay My Hat (That’s My Home)”, om maar een paar te noemen.
In eerste instantie wordt Grapevine geschreven voor en in augustus ’66 opgenomen door The Miracles, maar pas de derde versie, met Gladys Knight & The Pips (september ’67), wordt op single uitgebracht en die behaalt de tweede plaats op de Billboard Chart. Tussendoor, in de lente van 1967, heeft Marvin Gaye zijn inmiddels klassieke versie opgenomen voor zijn doorbraakalbum In The Groove. Diskjockeys blíjven Gaye’s albumtrack maar draaien en in oktober ’68 besluit Motown uiteindelijk om die versie dan ook maar als single uit te brengen. Het nummer stijgt meteen naar nummer één en blijft daar negen weken, tot eind januari ’69, staan. Het is Motowns grootste hit tot dan toe, scoort onverminderd hoog in de uiteenlopende Beste Songs Aller Tijden-lijstjes en is onvermijdelijk in documentaires en films over de late jaren 60 (hoewel dan ook vaak de gedreven, uitgesponnen cover van Creedence Clearwater Revival wordt gekozen).

Als Dylan in februari ’69 in Nashville, op zijn hotelkamer in de Ramada Inn, nog een paar liedjes voor de volgende opnamedag in elkaar flanst, echoot “I Heard It Through The Grapevine” dus nog door de straten, de cafés en de hotellobby’s. En daarmee, betogen gevestigde Dylanologen als Clinton Heylin en Tony Attwood, is de inspiratie voor het ondergewaardeerde “Tell Me That It Isn’t True” wel verklaard.
Thematisch sowieso, maar ook inhoudelijk springen de overeenkomsten inderdaad in het oog. Vergelijk alleen al de openingsregels van de wereldhit:

I bet you’re wonderin’ how I knew
‘Bout your plans to make me blue

met Dylans woorden:

I have heard rumors all over town
They say that you’re planning to put me down

… en de link is wel duidelijk. Maar toch is het niet waarschijnlijk dat Grapevine de echte inspiratiebron is – het is hoogstens de trigger naar het lied dat veel dieper in Dylans genen zit, naar de artiest die hem veel dichter onder de huid zit, naar Hank Williams’ “You Win Again”.

Dylans bewondering voor Hank Williams is devoot. In zijn autobiografie Chronicles verwoordt hij die bewondering voor Luke the Drifter zonder terughoudendheid:

Na verloop van tijd werd ik me ervan bewust dat Hanks songs de ijzeren regels voor poëtisch songschrijven bevatten. De architectonische vormen zijn als marmeren pilaren en die waren onmisbaar. Zelfs de woorden – alle lettergrepen zijn zo verdeeld dat ze mathematisch logisch zijn. Er valt veel te leren over songschrijven als je naar zijn platen luistert, en ik luisterde er veel naar en heb me zijn songs eigen gemaakt.

Akkoord, wat al te geëxalteerde woordkeus misschien, en dat met die marmeren pilaren is welbeschouwd niet helemaal coherent, maar de strekking is duidelijk: Hank Williams is voor Dylan een van de Echt Groten, qua status vergelijkbaar met Woody Guthrie en Elvis. In de honderd afleveringen van zijn radioprogramma Theme Time Radio Hour komt Hank dus ook regelmatig langs (acht keer), nooit zonder eerbetuigingen (“Eén van de grootste songschrijvers ooit,” TTRH 17, en “Schreef de mooiste songs over leven in een wereld van pijn,” TTRH 7) en de songs staan ook bij Dylan zelf op het repertoire. Van de Basement Tapes Complete kennen we Dylans versie van “Be Careful Of Stones That You Throw”, dat Dylan van Hank Williams’ alter ego Luke the Drifter kent, en natuurlijk “You Win Again”.

“You Win Again” is een bittere countryblues die Williams één dag na zijn scheiding van Audrey Williams opneemt en verwoordt het verraad dat Hank ervaart. “Alsof hij een bladzijde uit zijn dagboek” op muziek heeft gezet, vindt biograaf Colin Escott. De openingswoorden van dat lied resoneren veel duidelijker dan die van Grapevine na in “Tell Me That It Isn’t True”:

The news is out, all over town
That you've been seen, a-runnin' 'round

Zijn bewieroking van Hank Williams in Chronicles illustreert ook de impact van juist die woorden: “Toen hij the news is out all over town zong, begreep ik wat voor een nieuws dat moest zijn, ook al wist ik het niet.” En in de regel daarna zien we dat Dylan ook nu weer eenzelfde associatieve sprong maakt als in 1969: “Later hoorde ik dat Hank op Nieuwjaarsdag was gestorven op de achterbank van een auto, hoped it wasn’t true.”

In interviews uit die tijd beklemtoont Dylan dat deze songs, de songs van Nashville Skyline, uit zijn binnenste komen:

Deze liedjes reflecteren mijn innerlijk meer dan mijn eerdere songs. Ze staan dichter bij mijn basis dan bijvoorbeeld John Wesley Harding. Daar verwachtte iedereen van mij dat ik een dichter was, dus dat probeerde ik dan ook te zijn. Maar zelfs de kortste regel op deze nieuwe plaat betekent meer voor mij dan sommige songs op al mijn eerdere platen. (interview in maart ’69 met Hubert Saal voor Newsweek)

En in het Rolling Stone-interview met Jan Wenner dat in mei plaatsvindt, vertelt Dylan genoeg onzin (“mijn stem klinkt zo anders omdat ik gestopt ben met roken”), maar geloofwaardig is wel de bewering dat hij met maar een paar liedjes arriveert in Nashville en de andere songs ter plekke uit zijn mouw schudt. Clinton Heylin, die helemaal op het verkeerde spoor zit door te veronderstellen dat “Tell Me That It Isn’t True” een parodie op “I Heard It Through The Grapevine” zou zijn, analyseert wel weer trefzeker dat het lied tot de songs behoort die Dylan als een Basement Tape in een korte creatieve flits laat opborrelen uit het niets. Behalve Dylans eigen woorden en de studiologs spreekt daarvoor ook de eenvoud van de tekst. Daarin is inderdaad geen spoor van de poëzie van Blonde On Blonde, geen centimeter van de dieptes van John Wesley Harding te vinden. Clichés uit het country-idioom, rijmpjes zoals die al duizenden keren tegen deze studiowandjes in Nashville zijn weerkaatst, waarbij de dichter moedwillig, lijkt het, soms over de kop slaat en naar ironie neigt: he’s tall, dark and handsome (het is weinig realistisch dat een bedrogen minnaar zijn rivaal als een Cary Grant, als ‘lang, donker en aantrekkelijk’ omschrijft).
Desalniettemin is het een prachtig, om niet te zeggen: vakkundig lied en het is niet helemaal begrijpelijk dat het qua status zo ver achter “I Threw It All Away” en “Tonight I’ll Be Staying Here With You” is gebleven. De meester zelf negeert het lied ook lang; het duurt eenendertig jaar, tot maart 2000, voordat hij het voor het eerst op het podium speelt. Maar dan lijkt Dylan ook daadwerkelijk de schoonheid van deze oude winkeldochter te onderkennen. “Tell Me That It Isn’t True” blijft tot 2005 terugkeren op de setlist en is uiteindelijk, na een kleine tachtig uitvoeringen, wel afdoende gerehabiliteerd.

Bevredigend, maar te laat voor een algehele herwaardering. De rest van de muziekwereld laat dit miskende Dylanpareltje links liggen, zodat dit werk tot het tamelijk selecte clubje Dylansongs behoort waarvan nauwelijks covers zijn verschenen. Van Beck circuleert een matige huiskameropname en dat is ook meteen de enige artiest uit de eredivisie die het speelt. Uit de echelons daaronder zijn The Rosewood Thieves, folkrockers uit New York, het indierockbandje Kind Of Like Spitting (op Professional Results, 2014) en de opmerkelijke Jolie Holland vermeldenswaardig. Jolie Holland wordt terecht tot de New Weird America gerekend, is gezegend met een soepele, lijzige zangstijl en herhaalt haar eigenzinnige eerbetoon aan Dylan op haar album Wildflower Blues (2017); daar tovert ze Dylans vergeten “Minstrel Boy” te voorschijn.
Net als Jolie Holland heeft de Utrechter Richard Janssen een faible voor Dylans verweesde wegwerpertjes. In 1998 neemt hij, voor een 2 Meter sessie, een prachtige “If Dogs Run Free” op. Tien jaar daarvoor heeft hij met zijn Fatal Flowers, een van de beste Nederlandse bands van de jaren 80, de mooiste cover van “Tell Me That It Isn’t True” opgenomen, eveneens voor een 2 Meter Sessie van VARA Radio. De Fatal Flowers staan dankzij het bijzonder fraaie hitje “Younger Days” in de geschiedenisboeken, maar ook de overige songs doorstaan de tand des tijds goed. De opname van “Tell Me That It Isn’t True” is dermate geslaagd dat het in 2002 wordt geselecteerd voor het tot nostalgie stemmende verzamelalbum Younger Days – The Definitive Fatal Flowers.

Tell Me That It Isn’t True

I have heard rumors all over town
They say that you’re planning to put me down
All I would like you to do
Is tell me that it isn’t true

They say that you’ve been seen with some other man
That he’s tall, dark and handsome, and you’re holding his hand
Darlin’, I’m a-countin’ on you
Tell me that it isn’t true

To know that some other man is holdin’ you tight
It hurts me all over, it doesn’t seem right

All of those awful things that I have heard
I don’t want to believe them, all I want is your word
So darlin’, you better come through
Tell me that it isn’t true

All of those awful things that I have heard
I don’t want to believe them, all I want is your word
So darlin’, I’m countin’ on you
Tell me that it isn’t true

Dylan kort #1291

Dokter Deen: In de uitzending van Dokter Deen van 5 april wordt tussen neus en lippen door gemeld dat Einstein, Mozart, Darwin en Bob Dylan autisten zijn. zo heb ik begrepen van Patrick. De uitzending kan hier bekeken worden. [met dank aan Patrick]
Bob Dylan kwam al eerder voorbij in Dokter Deen, zie hier.
Lezing in Amsterdam over de Counterculture, Beats, Bob Dylan en meer door Patti Smith en Sean Wilentz, zie hier. [met dank aan Peter]
"Bob Dylan noemde haar 'een goddelijke vrouw' en 'een machtige natuurkracht'." De 'haar' in deze zin is Sister Rosetta Tharpe en het citaat komt uit het artikel "Vloeken in de kerk" van John Schoorl in de Volkskrant van 18 april. [met dank aan Peter]
Bettye Lavette: Onderstaande recensie komt uit de Volkskrant van 20 april. [met dank aan Herman]
De Gelderlander: "Verzamelaar naar Dylan-dag in DRU: 'Ik ga niet van alles meeslepen'", een artikel over verzamelaar Arie de Reus, zie hier.
RSD: Herinner je je eerste elpee nog?, zie hier.
Setlists: 11 april, 12 april, 13 april, 15 april, 16 april, 18 april, 19 april, 21 april.


Trrrring

"Hoi, met mij."
"Zeg het eens."
"Ik realiseerde me net dat het al weer een jaar geleden is. Een jaar!"
"Inderdaad ja, een jaar! Daar had ik helemaal niet aan gedacht. Ik zat lekker in het zonnetje."
"Een jaar geleden was het niet zo mooi."
"Maar ook niet slecht. We hebben toen vooraf nog buiten gezeten."
"Was dat niet het concert waar jij Donnie Herron achter AFAS Live aansprak?"
"En Charlie Sexton, maar die reageerde in tegenstelling tot Herron niet."
"Goed concert was dat."
"Ik zat achter de tattoo-god van Amsterdam."
"Ik wat verder naar achteren."
"Iedereen kende hij, hij bleef maar handjes schudden en opstaan."
"Vrij goed zicht had ik, iets links van het midden."
"Maar gelukkig was dat steeds opstaan wel voorbij toen het concert begon."
"Wat ik me vooral herinner is 'Don't Think Twice'. Mooi ingetogen."
"En natuurlijk 'Pay In Blood', vlijmscherp, venijnig, dat is het woord."
"En natuurlijk de Sinatra-songs."
"Uitstekend op 't podium..."
"...maar op de plaat: laat maar."
"Een jaar al weer."
"'Desolation Row' was voor mij toch wel het topstuk op die avond."
"Samen met 'Love Sick' en misschien 'Scarlet Town'."
"Ik kan me dat niet meer zo herinneren, 'Scarlet Town'."
"Niet! O, dat was geweldig, joh!"
"Het is dan ook al weer een jaar geleden..."
"Maar zoiets vergeet je toch niet!"
"Nee... Ja... Uhm, ik wel dus."
"Heb je geen opname van dat concert om je geheugen wat op te frissen?"
"Natuurlijk wel! Alleen... waar heb ik die gelaten..."
"Die moet je gewoon weer eens opzetten."
"Zou die op zolder liggen..."
"Werkt voor mij altijd, even luisteren om het geheugen op te frissen."
"Misschien nog wel tussen... Ik bel je zo terug."
"Hoezo?"
"Ik moet even... uhm, tot zo."
"... hallo?"
"..."
"Ben je er nog?"
tuut... tuut... tuut

Dylan kort #1290

Bob Dylan Special: Het programma voor de Dylan-dag in DRU Cultuurfabriek in Ulft op 28 april is zo'n beetje rond, heb ik begrepen van de organisatie. Zie het bericht hieronder voor het programma.
125.000 dollar werd er betaald voor de deur van de kamer in het Chelsea Hotel waarin Bob Dylan ooit woonde. Zie hier. [met dank aan Peter] Meer over de verkoop van die deur: hier en hier,
"Nobody sings Dylan like Dylan": zie hier.
Net verschenen: Bob Dylan and The Band 1974 Tour Live is onlangs door het label Rox Vox uitgebracht. Het gaat om - aldus Rox Vox - radio-uitzendingen waardoor het via een maas in de wet mogelijk is om deze drie cd-box op de markt te brengen.
Op de eerste cd staan opnamen van het eerste van twee concerten op 14 januari 1974 in Boston (zie hier). Op cd's 2 en 3 staan opnamen van het tweede van twee concerten op 31 januari 1974 in New York.
De geluidskwaliteit van deze cd's is aardig, zeker gezien hoe oud deze opnamen zijn. Waar Rox Vox - naar mijn smaak - de mist in is gegaan is dat tussen de nummers soms even een kleine stilte valt. Dat hoort niet bij concertopnamen. Het is slechts een klein minpuntje, iets om makkelijk overheen te stappen, zeker gezien de prijs van Bob Dylan and The Band 1974 Tour Live (ik betaalde slechts €15,- voor deze 3 cd box).

Bob Dylan Special in DRU Cultuurfabriek - het programma


De muziekspecials georganiseerd door het filmhuis en poppodium van de DRU Cultuurfabriek zijn inmiddels een zeer gewaardeerd onderdeel in de agenda. Iedere keer staat er een gerenommeerde band of muzikant centraal en deze keer is dat niemand minder dan Bob Dylan.

Vanaf 15:00 zijn alle Dylan fans welkom in de DRU Cultuurfabriek.
In het theater zal in de middag een lezing plaats vinden door Prof. Dr. Thomas Quartier “De Heilige Outlaw - Bob Dylan vanuit een spiritueel perspectief “Geen andere hedendaagse zanger is zo'n mythisch figuur als Bob Dylan. De persoon, performance en poëzie van de geniale artiest hebben alles met spiritualiteit te maken, aldus (1972). Broeder Thomas is monnik van de Willibrordsabdij in Doetinchem en doceert aan de universiteiten van Nijmegen en Leuven. Hij zal in zijn lezing vertellen wat Dylan vanuit spiritueel perspectief kan betekenen.

Ondertussen vind je in de foyer een expo van bijzondere Dylan platen en andere snuisterijen. Schrijvers Jochen Markhorst en Tom Willems verkopen hun nieuwste en eerdere boeken. Portretschilder John Uilenberg exposeert zijn Dylan ( en andere grootheden uit de muziekgeschiedenis ) doeken en schildert en ook nog een ter plekke!

Daarna is het tijd voor DWDD helemaal geweid aan His Bobness, omgedoopt tot BDDD, Bob Dylan Draait Door. Zelfde opzet als de succesformule op tv maar dan met één onderwerp. Schrijvers, verwoed verzamelaars, Dylan specialisten, muzikanten en vele andere interessante gasten.

Aangezien we er dan al een flink programma op hebben zitten is er tussen 18:00 en 20:00 ruimte voor een buffet verzorgd door het Grand Cafe van de DRU Cultuurfabriek. Soepen, salades en een ruime selectie van koude en warme gerechten. De kosten voor dit buffet zijn 15 euro p.p. indien vooraf gereserveerd op 0315-820 201. Op de dag zelf kost het buffet 17,50 (indien nog plaatsen beschikbaar).

Uitgegeten? In de foyer een Open Stage waarop diverse singer/songwiters hun versies van Dylan nummers vertolken. Lijkt het je leuk een paar nummers te laten horen? Neem contact op.

Om 20:00 wordt No Direction Home vertoond in het filmhuis , op een scherm van 7x13 meter met briljant geluid toch weer een andere beleving als thuis op je tv.

21:30 gaat het poppodium open waar de band Hard Rain het beste van Dylan laat horen.

Tickets geven toegang tot het hele programma maar natuurlijk kunnen er ook onderdelen los bezocht worden. Hiervoor geleden geen aparte prijzen.

15:00 inloop DRU Cultuurfabriek
15:45-16:30 Prof. Dr. Thomas Quartier “De Heilige Outlaw - Bob Dylan vanuit een spiritueel perspectief “
17:00-18:00 BDDD, Bob Dylan Draait Door
18:00-20:00 Uitgebreid buffet
20:00-21:30 No Direction Home
21:30-00:00 Hard Rain speelt Dylan.


Heb je zelf goede plannen, een uitgebreide verzameling die je wilt laten zien meld je dan even op erik.ramaker@drucultuurfabriek.nl .

Kaarten voor de Bob Dylan special in DRU Cultuurfabriek kosten in de voorverkoop €15,- (deurprijs: €18,-) en kunnen hier gekocht worden.

Bob Dylan Special op Facebook, zie hier.


bijna klaar...


Het boek Dylan & de Beats is bijna klaar. Nog een maand schat ik (al moet ik toegeven dat ik erg slecht in schatten ben...)

Dylan kort #1289

"Gone But Not Forgotten": afgelopen november dook het nieuws op dat tijdens het Lost On The River-project nog een songtekst van Dylan op de plank is blijven liggen en dat deze tekst door Bear And A Banjo van muziek is voorzien. Het resultaat: "Gone But Not Forgotten", het kan hier beluisterd worden.
Flor Vandekerckhove ging aan de haal met "Bob Dylan's 115th Dream", of zoals hij zelf schrijft: "Wat zou er gebeuren, dacht ik, als kapitein Arab (Ahab uit Moby Dick) uit Dylans song de middeleeuwse opstandeling Zeger Janszone blijkt te zijn en het schip niet aanlandt in Amerika, maar hier vlak voor mijn deur?" Het resultaat kan hier gelezen worden. [met dank aan Flor]
Eva Jinek: "Op dit album brengt Bob Dylan een ode aan de homoliefde", zie hier.
Setlists: 7 april, 8 april, 9 april.


This Wheel’s On Fire (1967) - door Jochen

This Wheel’s On Fire (1967)

Zo langzamerhand heeft het wel de status van een klassieker, het boek van de drummer van The Band (1993). Het is een schoolvoorbeeld van een opkomst-en-ondergangtragedie, opgeleukt met vijandig, bitter venijn (Robbie Robertson krijgt er goed van langs) en een Hoorn des overvloeds aan onthullende, hilarische en ontroerende anekdotes. Niet helemaal duidelijk wordt waarom Levon Helm zijn autobiografie uitgerekend naar “This Wheel’s On Fire” noemt, maar de door hem geciteerde uitspraak van mede-Bandlid Rick Danko, de coauteur van de song, zou een sleutel kunnen zijn:

Die eerste royaltycheques die binnenkwamen bezorgden sommigen van ons bijna een hartaanval. ‘This Wheel’s On Fire’ was niet eens een echte hit geweest, maar wel door een aantal artiesten opgenomen. Uit het niets kreeg ik zomaar een paar honderdduizend dollar! En dat was de helft van de songschrijverroyalty’s voor één liedje. We waren verbijsterd over deze enorme meevaller. We wisten helemaal niet dat er zoiets bestond. En hoe je ermee moest omgaan stond ook al niet in de handleiding.

In eerste instantie is het amusant, die naïviteit van de mannen van The Band, die op dat moment toch al wat jaren meedraaien in de muziekbusiness en met Dylan al rond de hele wereld hebben getoerd. Later in het werk wordt echter duidelijk dat Helm achteraf bezien alle vergaarde geld en roem als de wortel van de komende ellende ziet. Na het succes van Music From The Big Pink (1968) en The Band (1969) en hits als “The Weight” en “The Night They Drove Old Dixie Down”, vertelt hij, verwordt hun leven tot een absurde achtbaan van luxe, drugs en klatergoud. Vreemd is vooral het gedrag van de mensen eromheen; plotseling krijgen ze van alles in de schoot geworpen, wildvreemde mensen willen hun per se cadeaus geven, drugs krijgen ze overal vanzelf toegestopt, rekeningen hoeven niet meer betaald te worden. Dat heeft, analyseert Helm, de band, onze vriendschap en eigenlijk onze levens kapot gemaakt.
Vandaar misschien “This Wheel’s On Fire” als titel voor zijn boek: die eerste royaltycheque is het begin van het einde.

Danko heeft overigens niet gelijk, als hij stelt dat het lied helemaal geen echte hit was. In Engeland scoort Julie Driscoll met Brian Auger and The Trinity flink met het lied (no. 5 in de UK Single Chart), een versie die vandaag wordt beschouwd als een monument, als een vaandeldrager van de psychedelische muziek uit die jaren. De Britten hebben de hit te danken aan een wat kille, opmerkelijk zakelijke opruimactie van Dylan. In die mythische zomer van ’67, als de meester met de mannen van The Band in dat Grote Roze huis de legendarische Basement Tapes opneemt, selecteert hij een tiental – in zijn ogen – wegwerpertjes, die manager Albert Grossman in Londen, bij muziekuitgeverij Feldmans, aan een klein clubje begerige muzikanten aanbiedt. Manfred Mann pikt “The Mighty Quinn” op, The Fairport Convention is blij met “Million Dollar Bash” en Brian Augers hart maakt een sprongetje bij “This Wheel’s On Fire”. 
Grossman komt overigens niet, zoals hardnekkige geschiedschrijving wil, met acetaatpersingen aanzetten, maar met een doodgewone bandopname, zoals Dylankenner Hans Seegers heeft aangetoond. Daarvan, van die bandopname, worden in Engeland wel een paar zogeheten Emidisc-kopieën gemaakt (een soort cd-r avant la lettre), die dan uiteindelijk ook in het bootlegcircuit terechtkomen.

Dat Rick Danko de muziek bij de liedtekst heeft geschreven, zal wel de reden zijn dat Dylan zo gemakkelijk afstand doet van de song. Hij heeft weliswaar een spreekwoordelijk slechte kijk op de kwaliteit van eigen songs, maar het is moeilijk te geloven dat Dylan de uitzonderlijke schoonheid van dit “This Wheel’s On Fire” zou kunnen ontgaan. Hoewel… dit is natuurlijk ook het genie dat bijvoorbeeld “Mama You Been On My Mind”, “Farewell Angelina” en “I’ll Keep It With Mine” verwerpt, en nog een twintigtal andere meesterwerkjes passeert.
“This Wheel’s On Fire” hangt wel ergens in de top van al die verstoten juwelen. De openingsregel If your mem’ry serves you well heeft al, met dank ook aan Julie Driscolls voordracht, de tijdloze, granieten kracht van klassiekers als Denkend aan Holland, of Do not go gently into that good night, of Ich weiß nicht, was soll es bedeuten, en is minstens zo bekend als de officiële titel van het lied.
Het ís ook een prachtige regel. Het speelt subtiel met de versteende uitdrukking if my memory serves me well, een uitdrukking die in de meeste talen wel bestaat, maar door de verschuiving van eerste persoon naar tweede persoon plots een agressieve, snerende lading krijgt. Het is niet, zoals sommige analisten denken, een Rimbaudparafrase. Inderdaad, Rimbaud opent Une Saison en Enfer met “si je me souviens bien”, maar het is teveel eer om die woordcombinatie aan de Franse poëet toe te schrijven; de uitdrukking bestaat echt al eeuwen. Wel zit Dylan hier op een niveau dat herinnert aan zijn beste werken uit de jaren hiervoor, aan “Like A Rolling Stone”, aan “She’s Your Lover Now”, aan “Most Likely You Go Your Way”. Thematisch sowieso. Een vrijer met een scherpe tong geselt zijn liefdespartner met vinnig venijn. Inhoudelijk wijkt de dichter af van al die put-down songs. Dit keer wordt de geliefde niet aan de dijk gezet, maar integendeel juist met woeste minachting exclusief geclaimd. De woorden die de verteller kiest brengen een vreemde, unheimische spanning in de tekst. Het is me nogal een lugubere, kwaadaardige minnaar die hier aan het woord is: no man alive will come to you en het viermaal herhaalde ‘je wist toch dat we elkaar zouden weerzien’ zijn de woorden van een rancuneuze, gevaarlijke belager die eigenlijk een straatverbod verdient.

Net zo overspannen als de Rimbaudduidingen zijn de exegeten die de Bijbel erbij pakken. Sommigen zien in het lied een monoloog tot God, maar kunnen dan versregels als I was goin’ to confiscate your lace uiteraard volstrekt niet binnen zo’n interpretatie plaatsen. De trigger is de titel, dat dan rechtstreeks tot Ezechiël te herleiden zou zijn, die brandende wielen in zijn visioenen ziet (gek genoeg komt Daniël 7:9 niet langs; Zijn troon was vuurvonken, deszelfs raderen een brandend vuur). En Greil Marcus hoort zelfs een, niet nader uitgeduide, ‘preek over Openbaring’ door een grimmige, verwijtende predikant.
De Bijbelfanaten negeren de emotionele context van het refrein. De dichter Dylan vindt en zoekt hier een prettig klinkende metafoor die gevoelsmatig in de buurt komt van hetgeen hij wil uitdrukken: drift, verterende hartstocht, wraakzuchtige passie. Heel vergelijkbaar met andere taalvondsten op de Basement Tapes zoals “round that horn” (“Lo And Behold!”) en “now, it’s king for king / queen for queen" (“Down In The Flood”), of eerdere songs als “It’s All Over Now, Baby Blue”, met eigenlijk onzinnige, maar binnen het tekstverband passende ‘foute’ uitdrukkingen zoals “crying like a fire in the sun”.